Lean search design met Spinque Desk

Dashboard hoofdredacteur

Stel, jij krijgt de volgende opdracht van een hoofdredacteur van een landelijke krant:

Ik wil iedere dag zien welke nieuwsonderwerpen we gisteren niet hebben gecovered (en onze concurrentie wel).”

Hoe zou jij dit dan aanpakken?

Ik had bovenstaande zoekvraag zelf al een tijdje in mijn hoofd zitten. En nu ik bij Spinque werk wilde ik weleens weten wat Spinque Desk hierin voor mij zou kunnen betekenen.

Leestijd: 6 minuten

Journalistieke achtergrond

Je kunt je waarschijnlijk wel voorstellen dat een hoofdredacteur van een willekeurig nieuwsmedium zoveel mogelijk wil weten —ook van wat ze niet weet. En in het geval van de specifieke opdracht zoals hier bovenaan staat, wil je als hoofdredacteur waarschijnlijk wel weten wat je niet hebt gedaan t.o.v. andere nieuwsmedia. (Oke, dat je de scoop over de leugen van Halbe Zijlstra hebt gemist —dat wist je waarschijnlijk al wel, maar echt: er zijn zaken waarvan je niet wist dat je ze gemist hebt.)

Het screenshot hieronder toont een fictief dashboard voor een hoofdredacteur. Het deel linksboven is het ‘overzicht van gemiste onderwerpen’:

Afbeelding 1 — een fictieve schets voor het dashboard van de hoofdredacteur

Waarom je iedere dag een dergelijk overzicht wil? Om de uniciteit van de ingezette redactionele koers te checken. Om te kijken of jouw redactie geen belangrijke zaken heeft gemist. En überhaupt om op de hoogte te zijn van wat ‘de anderen’ doen.

En nu we toch bezig zijn: je wilt dan misschien ook graag het omgekeerde weten. En ook over langere of specifieke periodes. En ook niet onbelangrijk: strookt de focus van de eigen publicaties wel met de onderwerpen en insteek waar je leader in bent (of wil zijn)?

Oja, en je wilt deze informatie ook nog koppelen aan je web analytics. Zodat je de volgende drie vragen kunt beantwoorden:

  • Maken we wat we willen (redactionele doelstellingen)?
  • Bereiken we daarmee ons beoogde publiek (targets)?
  • En worden onze producties door hen gewaardeerd (conversie)

Benodigde ingrediënten

En dan bedenk je: de opdracht formuleren en de vragen stellen zijn relatief eenvoudig, maar… wie gaat deze vragen beantwoorden? En wat heb je dan zoal nodig?

Laat ik je helpen door aan te geven wat ik hier de afgelopen tijd over heb geleerd. Je hebt op zijn minst het volgende nodig:

  • Data & content:
    • een dataset met content van de concurrentie, dagelijks aangevuld,
    • een eigen dataset met gepubliceerde content,
    • web analytics.
  • Een informatiespecialist.
  • Een aantal developers die alle benodigde systemen bouwen en aansluiten.
  • Consensus wat betreft:
    • dat wat binnen de organisatie als ‘relevant’ wordt beschouwd,
    • wat ‘uniek’ zijn betekent,
    • wat wel en niet bij de redactionele koers hoort,
    • wanneer iets bevredigend ‘gecovered’ is,
    • waarmee leadership wordt aangetoond.

Lean search design versus watervalmethode

Met Spinque Desk bij de hand had ik eigenlijk niet meer nodig dan een dataset met nieuwsartikelen (die ik “toevallig” nog had liggen) om direct te kunnen beginnen. Als informatiespecialist op dit domein —de Nederlandse journalistiek— had ik natuurlijk wel een idee over relevante resultaten, maar toen versie 1 van mijn zelf ontworpen search engine de eerste artikelen terug gaf, merkte ik dat ik nog even verder na moest denken over wat er nu echt op het dashboard moest komen.

Traditioneel zou een dergelijk ontwikkeltraject er zo uit zien: iemand heeft een vraag, geeft opdracht, er wordt over gediscussieerd, men gaat naar de tekentafel, er komt een briefing voor een developer, daar wordt iemand bij gezocht, er komen de-briefs, nieuwe voorstellen, en dan, eindelijk, kan men de ontwikkelfase in… om er vervolgens achter te komen dat de originele vraag eigenlijk niet de juiste was. Noem het de waterval-methode voor search engine design.

Afbeelding 2 — Bron: When, which … Design Thinking, Lean, Design Sprint, Agile?

Met de lean-methode, die goed bij Spinque Desk past, heb je direct resultaat! Het enige dat je nodig hebt is een vraag/opdracht (een goed idee dus!), een dataset en toegang tot Spinque Desk.


Strategie 1.0

Mijn aanpak voor de initiële vraag was als volgt —noem het mijn pseudo-strategie in drie stappen:

  1. Selecteer alle artikelen gepubliceerd op een bepaalde datum
    Pak alle artikelen die gisteren zijn verschenen in alle landelijke dagbladen.
  2. Toon de belangrijkste gebruikte woorden en woordcombinaties
    Filter uit al die artikelen de meestgebruikte woorden en woordcombinaties (uiteraard m.u.v. veelgebruikte woorden zoals ‘de-het-een-want-omdat’-etc.)
  3. Vergelijk woordenlijstje zij/wij
    Zet die gefilterde resultaten af tegen de woorden uit onze eigen gepubliceerde artikelen, en geef weer welke woorden wij niet hebben gebruikt.

Op het dashboard zou ik dan de bijbehorende artikelen willen tonen, zoals aangegeven in Afbeelding 1 — de dashboard-schets:

Afbeelding 1 — een fictieve schets voor het dashboard van de hoofdredacteur

Wat niet goed bleek te werken bij deze aanpak is, dat je geen artikelen terugkrijgt maar woorden. En die woorden bleken lang niet altijd belangrijke onderwerpen te vertegenwoordigen, laat staan echte ‘nieuwsitems’ te zijn of de kern van een artikel te schetsen. Kortom: deze strategie voldeed niet om de vraag te beantwoorden.


Strategie 2.0

Na overleg met collega’s bij Spinque, gooide ik het over een andere boeg met dit nieuwe inzicht: mijn zoekvraag gaat dus in eerste instantie niet om onderwerp maar om de relevantie van een artikel.

Mijn tweede pseudo-strategie ging daarom zo:

  1. Selecteer alle artikelen gepubliceerd op een bepaalde datum
    Dezelfde stap als bij strategie versie 1.0
  2. Bepaal relevantie
    Bekijk waar de meeste redacties over schreven (zowel de concurrentie als jij). Dit doen we door de content van de artikelen met elkaar te vergelijken. Hierbij is de notie van relevantie dus de mate van populariteit van het onderwerp bij verschillende redacties.
  3. Toon me de ‘have nots’
    Bekijk welke artikelen uit stap 2 overblijven als je de artikelen wegstreept waar wij wel over schreven.

Afbeelding 3 — de werkende strategie (versie 2), ontworpen in de omgeving van Spinque Desk.

Ontwerp links
In bovenstaand scherm zie je de Spinque Desk-omgeving. Aan de linkerkant zie je visueel weergegeven hoe de zoekstrategie is opgebouwd uit blokken. Het blauwe vlak komt overeen met stap 2 uit onze pseudo-strategie: bepaal relevantie. In dat vlak zie je de bouwblokken die bepalen in welke mate de content van de artikelen dienen overeen te komen.

Resultaat rechts
Aan de rechterkant zie je een voorbeeld van het tussenliggende resultaat. Een artikel van Het Parool (PAR) over de volleyballer Richard Schuil naast een vergelijkbaar artikel uit Trouw (TRN). Het uiteindelijke resultaat bevat de meest relevante artikelen waar de eigen redactie niet over heeft geschreven (stap 3 uit de pseudo-strategie). Dit wordt gerealiseerd door de laatste blokken, linkerhelft, onderaan.

Met deze strategie kwam ik een heel eind. Stap 2 —bepaal relevantie— zie ik overigens niet als een search- of design-probleem maar is echt inhoudelijk van aard: wat vinden wij als zoeker/vrager nu relevant (resultaat)? Als dat nog niet is vastgesteld (en dat is relatief vaak het geval) dan kom je er —Spinque Desk bij de hand— met experiment en discussie makkelijk en snel achter. En, goedkoper dan wanneer je een developer zou hebben ingehuurd.

Uiteindelijk blijven er na strategie-versie 2.0 vanzelfsprekend wel nog enkele (kleine) wensen over om de geschetste oplossing mee te verbeteren:

  • de grote invloed van artikelen van lokale en regionale publicaties op resultaten
  • de te grote invloed die publicaties met een meer specialistisch karakter kunnen hebben zoals bijvoorbeeld het Financieele Dagblad, dat voornamelijk vanuit een financieel-economisch perspectief naar nieuws kijkt en ook vooral over dat type onderwerpen publiceert.

TL;DR

Wat ik vooral leerde is dat je met Spinque Desk een gereedschap in handen hebt waardoor je vrijwel meteen kunt beginnen met het ontwerpen en uitproberen van je zoekmachine. Zonder eerst veel uit te hoeven denken, tekenen, bediscussiëren en briefen/debriefen, met een groot team. Door te experimenteren met strategieën en zo continu een werkende zoekmachine te kunnen evalueren, kom je er (snel) achter wat wel en niet werkt om relevante resultaten te krijgen.

En het allerbelangrijkste: het lean search engine design proces helpt om er direct achter te komen wat de vraag achter de vraag is:

Wat is het werkelijke (zoek)probleem dat we willen oplossen?

Ik ben benieuwd wat nu de volgende vraag is van de hoofdredacteur…

Nieuwe avonturen

“Je zit pas op eenderde van je arbeidsleven,”

zei de zeer sympathieke recruiter een paar maanden geleden tegen me. Dat gegeven, en een aantal andere motieven, zetten me wel even aan het denken… En zo is per 1 februari voor mij dan ook een nieuw avontuur gestart.

Na bijna 8 jaar werken in het hoger onderwijs, met name bij de opleiding CMD Utrecht aan de Hogeschool aldaar… een fantastische tijd, met vooral hard bouwen en ontwikkelen aan een opleiding-in-wording. Samen met heel veel fijne collega’s, leuke studenten, toffe projecten en opdrachtgevers. Met ruimte voor verschillende ondernemingen, zowel in startupstyle als buitenland expedities en onderzoeken. Dank aan iedereen die daar aan heeft bijgedragen.

Sinds een week werk ik een aantal dagen per week bij Spinque als community architect rondom de geweldige searchengine design environment Spinque Desk. Voor de overige dagen ben ik beschikbaar als freelancer. Zie me dan als design thinker, UXD’er, creatieve facilitator en/of gastdocent.

En … wanneer zie ik jou (weer)?

Brekend!Beeld – 18 januari 2018

Op donderdagavond 18 januari organiseren Erik van Gameren en ik Brekend!Beeld – een avond over de toekomst van journalistiek en design, in Kapitaal, Utrecht. De volgende negen interessante beeldmakers komen eigen werk en dat van anderen tonen en vertellen over hun ideeën:

  • Jeroen Disch (Grrr)
  • Anne-Marije Vendeville (NRC Handelsblad)
  • Cyanne van den Houten
  • Matthew Adeney (De Persgroep UX)
  • Ted Struwer
  • Noortje van Eekelen & Wilbert van der Heijden (ACED)
  • Bas Jacobs (Underware)
  • Leon de Korte (De Correspondent)

Wanneer: Donderdag 18 januari 2018
Deuren open: 19:00 uur | Start: 19:30
Waar: Kapitaal, Utrecht | Paardenveld (1e verdieping parkeergarage)
Entree: Gratis

Meld je hier aan!

Beter gebruik maken van audioviseel archiefmateriaal

“Ik zit de hele dag te CTRL+F‘en.”

De goede verstaander herkent het vast wel: lang zoeken op resultaatpagina’s naar die ene term of naam waar je onderzoek naar doet. Helemaal lastig wordt het wanneer je geluids- of video-fragmenten nodig hebt, waarin die en die persoon een specifieke term bezigt of uitspraak doet…

Feit of fictie

Met Nuse, onze start-up ontstaan vanuit het lectoraat, die data-, tech- & designoplossingen levert aan journalistieke organisaties, zijn we afgelopen week begonnen met onze eerste klus om audiovisueel materiaal slimmer te kunnen raadplegen. Samen met Beeld en Geluid (initiatiefnemer en conceptontwikkelaar, verantwoordelijk voor het archief) en Spinque (verantwoordelijk voor het ontwikkelen van slimme zoekstrategieen) werken we met Nuse aan de ontwikkeling van Feit of Fictie. Binnen dit project wordt een innovatieve oplossing ontwikkeld voor journalisten en andere ‘nieuwsproducers’ die bij een (actuele) gebeurtenis gerelateerd archiefmateriaal zoeken, zonder expliciet te hoeven zoeken…

Workshop-sessie @Beeld en Geluid in volle gang

Research & design

Om zo’n slimme, anticipatory audiovisual search te ontwikkelen zijn we afgelopen week gestart met een tweeledig onderzoek, in samenwerking met NPO Focus,

1. Observaties bij journalisten en redacteuren

Met een aantal redacteuren die voor hun dagelijks werk gebruikmaken van audiovisuele archieven, hebben we op de werkplek onderzoek gedaan – observaties en contextuele interviews- naar de manier waarop de huidige archieven en bijbehorende interface worden gebruikt. Dit alles met als doel om inzicht te krijgen in de manier van werken en om eisen en wensen te inventariseren van deze specifieke groep expert users.

Stanfords’ Design Thinking Model

 

2. Design Thinking Workshop

Op locatie bij Beeld en Geluid in Hilversum hebben we met een interdisciplinaire groep van journalisten, technologen, archivarissen en designers aan de hand van het door Stanford University ontwikkelde Design Thinking Model, aan zogeheten rapid prototyping gedaan, om zo al eerste ideeën voor een nieuwe toepassing te valideren met eindgebruikers.

 

Op het Mediapark loopt natuurlijk een deel van de eindgebruikers in het wild rond. En zo wisten de verschillende duo’s al direct de ideeën voor te leggen en reacties + feedback te krijgen van onder andere contentmakers (RTV en webonly) van de NOS, BNN, Nieuwsuur en NTR.

 

De resultaten van de workshop en de inzichten uit de observaties en interviews zijn voor ons input om de toepassing nog specifieker uit te denken, scherper te gaan ontwerpen en gerichter te ontwikkelen door partner Spinque

 

We zullen op www.journalismlab.nl de voortgang van de ontwikkeling tot de oplossing blijven beschrijven.

Building Nuse – een visuele research-assistent

Work in progress
Work in progress
Fenne, Jori en Frank bespreken design & development issues…

De afgelopen maanden onderzochten we hoe journalisten hun research doen, en hoe ze dat werk organiseren… We zijn Anne Nienhuis, Fenne Vermeer, Jori van Keulen, Frank Borgonjen en ik, Laurens Vreekamp. We deden dit in het kader van onderzoek voor eenspecial project vanuit het Lectoraat Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek J-lab, (Hogeschool Utrecht), met subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

En nu zijn we, na zo’n 42 creatieve onderzoekssessies met journalisten, een paar mockups, prototypes en een Google Design Sprint later, een boel wijzer… En werken we hard aan onze digitale, visuele research-organizer- & assistent Nuse.

“En dan weet ik niet meer of ik het nou via Dropbox of Drive heb opgeslagen, of dat ik het al ge-maild had…”

Met Nuse creëer je straks zelf een intuïtief overzicht van je (journalistieke) work in progress, maak je je eigen archief doorzoekbaar en werk je makkelijk samen. Digitaal, online.

Presentatie @ Mediapark Jaarcongres, donderdag 23 juni
We presenteren Nuse op het Mediapark Jaarcongres 2016 a.s. donderdag in Hilversum. Leuk als je langskomt.

We hebben versterking nodig…
We zoeken nog een developer (o.a. Angular2) die ons ontwikkelteam kan versterken. Ken je iemand die geschikt is of interesse heeft, laat hem/haar dan contact opnemen met anne.nienhuis@hu.nl.

… en testers!
Jij kunt behoren tot de eerste gebruikers van Nuse! Ben je of ken je meer mensen die ook geïnteresseerd zullen zijn? Meld hier aan: www.nuseapp.nl

Touching the news – wanneer journalisten hun lezers aanraken, en zij hen

headerAppleWatch-brokenglass
Don’t worry. Ondertussen is deze smartwatch alweer gerepareerd.

Waarschijnlijk verbaast het u niet, maar wij Nederlanders raken elkaar veel minder (sociaal) aan dan de meeste andere Europeanen en wereldburgers. Gijs Huisman, momenteel bezig met promotie-onderzoek naar ‘social touch technology’, vertelde tijdens de eerste Internet of Touch-salon dat:

“Nederland kan worden beschouwd als een ‘low-touch’-land.”

Niet veel ogenblikken later zaten wij, wildvreemde doch zeer geïnteresseerde bezoekers van de salon, elkaar fysiek aan te raken en raadde ik welke emoties mijn salonpartner aan mij probeerde te communiceren, in opdracht van diezelfde promovendus. (‘Sympathie’, zo bleek, is overigens lastiger te interpreteren bij de ontvangers dan ‘boosheid’.)

“Touching the news – wanneer journalisten hun lezers aanraken, en zij hen” verder lezen

Nieuws: hacking the dead on arrival, forever

Dit stuk beschrijft niet hoe het medialandschap verandert, maar hoe het landschap meer als een heelal is: het dijt uit en uit en uit. Nu de meeste nieuwsorganisaties de nodige stappen naar web en mobiel hebben gemaakt (nou ja, soort van), is ‘het landschap’ alweer verder getrokken richting broadcast social, narrowcast messaging en conversational chapps. En is e-mail daarnaast aan een renaissance bezig. Wat dit allemaal inhoudt, beschrijf ik hier aan de hand van voorbeelden en artikelen, gevonden voor u op het web en besproken met key players.

“Nieuws: hacking the dead on arrival, forever” verder lezen

Nieuws in tijden van the Internet of Things

Deze blogpost verscheen eerder op www.journalismlab.nl

Het is 2015, je reist bijvoorbeeld met het openbaar vervoer naar je werk of studie. Tijdens je reis, die al begint bij het opstaan, vragen tientallen berichten om je aandacht. Via verschillende schermen komen ze tot je: als je je ogen nog maar net open hebt, check je je smartphone, (soms) radio, televisie en -steeds minder vaak- een ouderwetse papieren krant. Vervolgens krijg je reclame- of overheidsboodschappen tot je in de openbare ruimte. Via een abri bij de halte of op het perron of op een scherm in de bus, trein of tram. Tussendoor kijk je nog een aantal keer naar je eigen smartphone, en gebruik je 3 a 4 apps hooguit om berichten te checken. Een enkeling kijkt tijdens deze reis op haar slimme horloge, al is dat anno 2015 nog verre van gebruikelijk…

“Als ik letterlijk via mijn pols kan voelen dat jij gestresst bent, dan stuur ik mijn relaxte hartslag gewoon aan je terug. Ik denk wel dat dat helpt.”

Het is 2021, je reist met het openbaar vervoer naar je werk of studie. Tijdens je reis, die al begint bij het opstaan, vragen tientallen berichten om je aandacht. Maar dit keer niet alleen via schermen. Nee, de berichten bereiken je ook via aanraking, je kunt ze proeven, je voelt ze, je ruikt ze en hoort ze. En je krijgt die berichten niet alleen via meerdere zintuigen binnen, nee, je verstuurt ze zelf ook op al die nieuwe manieren, met alles en iedereen.

tcams15_headerlogo

Hier op ThingsCon2015 in het Volkshotel in Amsterdam (ja, het oude Volkskrantgebouw) is dit laatste scenario verre van toekomstmuziek. Lezingen, workshops en pitches gaan over de wereld van fysieke objecten (things) die door middel van sensoren en een internetverbinding met elkaar, met mensen en met organisaties in verbinding staan.

Eerst vragenstellen, dan innoveren
Waar je in eerste instantie zou verwachten dat op een evenement als deze, vol programmeurs, designers en techneuten, vooral crazy ideas en ongekende mogelijkheden worden besproken in ongebreideld enthousiasme, valt hier vooral ook op dat niet rücksichtslos in louter technische mogelijkheden wordt gedacht en gesproken.

De talks gaan dan ook over:

  1. Begrip voor nieuwe systemen bij gebruikers
    Wat zullen gebruikers de eerste paar jaar wel en niet begrijpen van deze nieuwe systemen, waarbij interacties tussen hardware, software en services nieuwe uitdagingen met zich meebrengen, voor zowel bedenkende partijen als gebruikers? Een veelgebruikt (en beschouwd als ‘goed’) voorbeeld tijdens deze dag, is de Nest-thermostaat, die op internet aangesloten is, en je met een app kunt bedienen.
  2. Vertrouwen is essentieel
    De realisatie en het succes van echt waardevolle toepassingen en het gebruik ervan, zal vooral op vertrouwen gebaseerd zijn. Hoe ontwerp je voor vertrouwen? De leverancier van de nieuwe, connected devices en services zal op meerdere terreinen moeten laten zien dat jouw fysieke spullen blijven werken, veilig zijn en dat jouw dierbaren niet in gevaar kunnen komen door jouw acties.
    Denk hier maar eens aan: als je je stoel, je plant, auto en winterjas op internet aansluit, wie kunnen daar dan nog meer bij en/of invloed op uitoefenen? Wat gebeurt er als jouw persoonlijke leefomgeving en voorwerpen ‘op internet gaan’. Wat doen ze onderling? En waarom zou je dat dan willen? Welk gemakt dient het uberhaupt? De VTech-hack wordt een paar keer aangehaald.
  3. Gedragscode voor ontwikkelaars
    Bedenkers/bouwers/ontwerpers moeten bij al hun ideeen starten met een code of ethics. Mooi samengevat in het IoT Design Manifesto.De kritische en reflectieve vragen komen vooral ook in de presentatie van Paul Hekkert naar voren. Hij is hoogleraar vormtheorie aan de faculteit Industrieel Ontwerpen Technische Universiteit Delft. Immovator tekende zijn woorden op in hun verslag:

    “Waar willen we dat het naar toe gaat? [Paul Hekkert] haalde de Self Determination Theory aan en benadrukte dat het, naast het experimenten, ook belangrijk is om soms op een ander niveau te reflecteren op de ontwikkelingen. Wat voor impact heeft de techniek op onze competence, autonomy en relatedness? Het is zeer nuttig om te spelen met de nieuwe techniek en nieuwe kansen te ontdekken, maar vergeet niet om ook af en toe stil te staan bij de reden waarom we dingen doen.”

 

Heerlijke nieuwe connected wereld?
Desalniettemin is het inderdaad ook heerlijk om door te denken over wat al deze nieuwe mogelijkheden voor de journalistiek en andere domeinen kunnen betekenen. Zo liet ik mijn lichaam 3D-scannen zodat mijn kledingadvies relevanter wordt en what-to-wearkeuzestress straks verdwijnt.

De schoppende baby – voelen in en buiten de buik, op afstand
Bij de workshop Connected bodies bedachten we de Babybonder, waarbij een zwanger koppel door middel van speciale connected en haptic t-shirts de fysieke zwangerschapservaring deelt met elkaar.

En de journalistiek?
Beeld je het volgende eens in: tijdens het ontbijt en het douchen wordt je bijgepraat door je audio-volgsysteem. De inhoud en vorm ervan zijn aangepast op jouw gedrag, stemming en fysieke locatie, zowel binnenshuis als buiten. Het belangrijkste nieuws komt van je vrienden, sociale netwerk van peers en dat wat vroeger voor journalistiek doorging. Maar niet meer via die op de massa gerichte print-editie of speciale app, maar voorgedragen door je favoriete stem. Voor jou samengevat, op jou afgestemd, en misschien wel geprint op je kleding. Bij een protestverslag voelt je de hartslag van de reporter en actievoerders. Je kleding spant zich aan. De temperatuur in je jas daalt.

Dit is wat je vandaag moet weten … en dragen!
En terwijl jouw nieuws zich in alle dimensies personaliseerde en jij onder de douche stond, is je spijkerbroek in gesprek gegaan met de rest van je garderobe op basis van het weer, je gemoedstoestand en het soort afspraken dat je vandaag hebt. Je gaat weg en vergeet de thermostaat lager te zetten, maar eigenlijk was dat ook niet nodig. Hij detecteerde al dat je weg was, en trouwens: hij weet doorgaans hoe laat je deur uitgaat op vrijdag.

In de bus starten je sokken een gesprek met de laarzen van je mede-passagiers, en wisselen uit welk nieuws hun drager (jij) al hebben geconsumeerd. Zo krijg je tips om eventueel een gesprek te starten op basis van wat jullie allebei al weten -of juist nog niet- van die belangrijke gebeurtenis in Canada. Je krijgt feedback over wie er fit is in je omgeving op het moment en hoe dat is gelukt. Je broekriem trilt als je langs een goedkope gym komt en bewaart een aanbieding in de cloud. Je tas bewaart een tip over waar die ene gezonde persoon zijn recepten vandaan haalt. Als je later die dag in de supermarkt komt, licht je tas op als je de benodigde ingredienten nadert.

Op basis van nieuwe informatie over wegopbrekingen op je route straks, geven je schoenen aanwijzingen voor een ander pad met de fiets vanaf het station.

Finally, wat de journalistiek zich dient te beseffen…
En ergens in de nabije toekomst, in deze al dan niet realistische scenario’s, zullen ook nieuwsorganisaties opnieuw moeten strijden voor een plekje in het ritme van de lezer/voeler/ruiker/proever/luisteraar. Net als in 2015. Maar dan met nog meer platformen, nog meer apparaten, nog meer objecten en nog meer onverwachtse concurrenten. Met nieuwe kansen en nieuwe bedreigingen. En vooral opnieuw uit te vinden en aan te passen routines. En met een onveranderde taak en dezelfde missie als altijd.

En, wat doen we voor de gebruiker

Deze blogpost verscheen eerder op www.journalismlab.nl

“En, wat doen we voor de gebruiker?” is wat mij betreft de startvraag voor elke journalist, iedere nieuwsorganisatie en -professional die relevant wil zijn en blijven in dit tijdperk.

De werkelijke crisis van de journalistiek
Maar het is juist een vraag die keihard ontbreekt in de journalistieke industrie, wanneer er gedebatteerd wordt over de toekomst van de professie. Het publiek – de lezer, kijker en/of gebruiker van nieuws- speelt een marginale rol in het denken en wordt hoogstens als instrumenteel gezien en niet of nauwelijks betrokken bij nieuwe plannen.

Uit een recent promotie-onderzoek van Klaske Tameling naar crossmediale dilemma’s op Nederlandse nieuwsredacties blijkt dat wordt gekeken naar problemen en oplossingen vanuit voornamelijk interne perspectieven. De buitenwereld lijkt niet echt binnen te dringen in de traditionele journalistiek. De mensen die wel een nieuw perspectief kunnen bieden, worden als tweederangs gezien of genegeerd, en naar gebruikers of niet-journalisten wordt alleen geluisterd als het geluid bekend is of bevalt. Een recipe for disaster waarmee iedere gezonde kritiek wordt uitgeschakeld en kansen op overleving geminimaliseerd worden.

Veranderende routines betekent verdwijnende organisaties
Wat blijkt nog meer: journalistiek werk blijft nodig, maar de manier van organiseren is toe aan verandering door nieuwe ritmes, overvloed in plaats van schaarste en door cultureel-maatschappelijke veranderingen. Wetenschapper Jo Bardoel, zo haalt Tameling aan, stelt dat de maatschappelijke missie van de journalistiek onveranderd blijft. Wat verandert zijn de routines.

En om die routines aan te passen aan de huidige maatschappij zou de journalistiek wat mij als designer betreft toch eens moeten beginnen met luisteren, kijken, vragen en zoeken buiten de eigen veilige groep. 

boekcover

En, hoe convergeren ze?
Tot op de dag van vandaag staat ‘verandering’ voor veel journalistieke professionals gelijk aan ‘crisis’. Wat de industrie zelf als aanleiding voor problemen, veranderingen en oplossingen zag in de periode 2007-2011, en hoe daar op ingespeeld werd, beschrijft Tameling in haar onlangs verschenen proefschrift ‘En wat doen we online? Crossmediale dilemma’s op de Nederlandse nieuwsredactie’:

“De traditionele journalistieke cultuur en dus de onderliggende gemeenschappelijke ideologie, wordt door economische, culturele en technologische ontwikkelingen ter discussie gesteld. Maar het punt is niet, zoals Deuze beargumenteert, dat er iets mis zou zijn met die traditionele professie. De veranderende maatschappij maakt een heroverweging van de journalistieke professie echter noodzakelijk om uiteindelijke relevant te blijven.”

Fraai tijdsdocument voor context, begrip en verbazing
Tameling weet de implicaties van die heroverwegingen voor het dagelijks werk op de nieuwsvloer goed te treffen met haar proefschrift. Het biedt een rijk overzicht aan bestaande literatuur over, en onderzoek naar de journalistieke industrie en context. Vervolgens wordt deze metastudie gecombineerd met eigen etnografisch onderzoek, uitgevoerd op nieuwsredacties van NOS, FD Mediagroep en de Volkskrant en verder aangevuld met beleidsstukken, notities, interviews en verkregen chatsessies van redactiemedewerkers. Als derde en laatste onderdeel bevat het werk een zestal aanbevelingen die iedere journalist en nieuwsorganisatie ter harte zou moeten nemen.

Aandacht voor de ander & verandering
Een van die wat mij betreft belangrijkste aanbevelingen – besteedt aandacht aan verandermanagement – heeft feitelijk niets met de journalistiek als professie te maken. Dat dit uberhaupt een aanbeveling is, zou pijn moeten doen. Het toont de tekortkoming, de onkunde en wellicht ook de onwil van een beroepsgroep om aan eerlijke zelfreflectie te doen. Ik vind het stuitend dat een beroepsgroep die het gewend is anderen de maat te nemen, normaliter oorzaken en gevolgen vanuit verschillende perspectieven onderzoekt en op zoek zegt te zijn naar ‘de waarheid’, dezelfde ethiek niet op de eigen professie van toepassing acht. Of op z’n minst probeert toe te passen. Tameling merkt hier over op:

 “Het is een veelvoorkomend probleem in veranderingsprocessen, dat het juist de leiding ontbreekt aan het effectief toe kunnen passen van nieuwe inzichten over de eigen organisatie. Zij zitten namelijk net als de rest van de redactie gevangen in het patroon dat ze zelf willen doorbreken. Deze leidinggevenden zijn eveneens het resultaat van jarenlange (traditionele) professionalisering.“

Problematisch daarbij is dat blijkt dat alleen leiders met een traditioneel journalistieke achtergrond worden geaccepteerd in eigen kring, maar dat deze mensen juist met leidinggeven geen ervaring hebben, en met vernieuwing vaak weinig affiniteit. Het zijn dit soort dilemma’s in combinatie met een beperkt referentiekader en oud paradigma-denken waarmee de journalistieke industrie zichzelf in een wurggreep houdt. En alhoewel Tameling goed afstand weet te bewaren, zijn er in ieder geval twee momenten in het boek waarin ze zelf ook aannames doet vanuit het ‘oude paradigma-denken’, die verder niet worden onderbouwd:

  1. “Wat nieuw en anders is aan online media is dat de journalisten direct inzicht hebben in alle statistieken en dus in de daadwerkelijke behoefte van het publiek.”
  2. “In een journalistieke omgeving staat een ‘u vraagt, wij draaien’-strategie bovendien haaks op de professionele – controlerende en democratische – uitgangspunten van de journalistiek. “

De eerste bewering is gewoonweg te kort door de bocht. De tweede bewering impliceert niet dat het een het ander uitsluit. Met de uitnodiging aan het publiek om aan te geven aan welke onderwerpen of extra informatie het behoefte heeft, geeft de journalist niet automatisch ook zijn eigen inzicht, vrijheid, beoordelingsvermogen en onpartijdigheid op. Het kennen van de behoefte, en het in dialoog gaan met het publiek, zijn wat mij betreft twee van die routines die de journalist zich eigen dient te maken om relevantie te behouden, en waarmee de professionele uitgangspunten en journalistieke missie behouden blijven.

Geen unieke positie meer
Het gegeven dat in dit tijdperk zowel de journalist als de journalistiek in het algemeen niet (meer) in een unieke positie verkeert, is tot de industrie zelf nog maar weinig doorgedrongen. Tameling spreekt van een Calimero-complex bij online-redacteuren. Je kunt hier direct aan toevoegen dat de meer traditionele journalist tegelijkertijd lijdt aan een God-complex. Voor een buitenstaander is na het lezen van werk het van Tameling eenvoudig te constateren dat de industrie klassieke fout op klassieke fout begaat:

  1. Journalistieke organisaties zijn niet bijzonder of uniek in het kijken naar en aanpakken van de huidige, 21e eeuwse problemen en crises.
  2. Alhoewel de problemen legio zijn en ze beroepsspecifiek lijken, worden ze net als in andere industrieën vooral verkeerd begrepen, worden er onjuiste oorzaken geïdentificeerd, verkeerde conclusies getrokken en acties ondernomen die zowel in woord als daad vaag en ondoordacht zijn.
  3. De geschetste oplossingen bij de drie redacties zijn in ambitie even groot als in onduidelijkheid. Hoe wat door wie bewerkstelligd dient te worden (en wat als succesvol wordt beschouwd), blijft voor vrijwel alle medewerkers, op welk van de drie onderzochte redacties dan ook, vaak onduidelijk, en daarmee wordt het nieuwe convergente werken dan ook voornamelijk als onbevredigend en frustrerend ervaren.
  4. Nieuwe denkwijzen, ontwikkelingen en factoren van invloed worden onderschat of niet gezien.

Dit laatste punt is het best te illustreren met een opgetekende opmerking van een internetredacteur van de Volkskrant:

“Een van Remarque’s eerste interviews was een duo-interview samen met Vandermeersch in De Morgen. Dat heb ik vol verbazing gelezen. Hij zei dingen als: “Internet heeft gewoon een Teletekstfunctie, het is koppen snellen.” In mijn optiek ondermijn je dan gewoon een hele generatie die niet is geabonneerd op een krant. Het klinkt ontzettend hautain en eigenlijk ook een beetje dom want dan heb je je er totaal niet in verdiept.”

Naast ‘een beetje dom’ zijn en het ondermijnen van het eigen en potentiele (online) leespubliek, diskwalificeert de hoofdredacteur van de Volkskrant hiermee ook een deel van zijn eigen medewerkers.

Een journalist lost niet op
Op een andere manier exemplarisch voor het negeren van mogelijkheden of niet buiten het eigen perspectief kunnen kijken, zijn een aantal eerdere recensies op het proefschrift, dat Tameling op haar werk ontvangt vanuit journalistieke kring. Zo heeft The Post Online duidelijk geen oog voor een belangrijk onderdeel van het onderzoek: de genuanceerde kijk op het ambidextrous design. Chris Aalberts komt niet verder dan een korte termijn-oplossing voor het, inderdaad, intern gepercipieerde probleem van financiering. Hij schrijft:

“Redacties kunnen dus wel creatiever moeten zijn en een hogere dunk van online journalistiek hebben, maar wat als die creativiteit geen geld oplevert? Dan ben je toch weer terug bij het oude idee dat je de beste en creatiefste ideeën niet gratis online weggeeft maar in de krant zet, want daar betalen mensen voor. Of de krantenoplages dalen of niet, je verdient dan ten minste wat.”

Alexander Pleijer schrijft op Villamedia:

“De vele voorbeelden waarmee Tameling kwistig strooit zijn veelzeggend […] Eigenlijk zou je er beeld bij willen zien. Je zou het ze willen horen zeggen. Een documentaire, dat zou een mooie vorm zijn.”

Pleijter geeft hier wat mij betreft indirect aan liever naar zichzelf en de zijnen te willen kijken in een documentaire, dan werkelijk de problemen onder ogen te komen, met de billen bloot te gaan, en vervolgens oplossingen te bedenken waarmee de beroepsgroep zijn relevantie hervindt en blijft waarborgen.

Paradigma’s en innovator’s dilemma’s
Je zou kunnen beweren dat geen enkele traditionele industrie opgewassen is om goed uit een paradigma-verschuiving te komen. IBM en Mountain Dew zijn misschien een paar van de weinige voorbeelden. Maar de journalistiek had op zijn minst lering uit andere industrieën kunnen trekken om om te gaan met het zogeheten innovator’s dilemma. Men heeft niet tijdig erkend dat het vakgebied structureel aan het veranderen was, heeft niet kritisch naar zichzelf gekeken en is niet met open vizier naar buiten gegaan. Andere industrieën die hen voorgingen, en om soortgelijke redenen naar relevantie en bestaansrecht zochten, hadden kunnen inspireren, nieuwe ideeën helpen valideren en kunnen bijdragen aan het herpositioneren van de nieuwsindustrie. Bedenk eens wat men had kunnen leren van de muziekindustrie ten tijde van Napster, de iPod en Spotify? Wat van de lessen bruikbaar was geweest uit de reisbranche (Booking.com, AirBnb), de fashionwereld (bloggers, Zara, Zalando), de industrie voor audiovisueel entertainment (HBO, NetFlix, Amazon) of de vervoersmarkt (Lyft, Uber)? Misschien is het nog niet te laat…

Hoopgevende initiatieven
Dat zowel traditionele als pas opgerichte nieuwsorganisaties in ieder geval –en gelukkig maar- blijven experimenteren, is te zien aan de meer recente nieuwsproducten, -services en one off producties. Een niet-representatieve greep uit verschillende service-gerichte benaderingen die de gebruiker meer centraal stellen: het ontbundelen van content door blendle, de plannen van DeCorrespondent om van de lezers-community ‘leken-experts’ te maken en NOS Nieuws die vier soorten nieuwsbehoeften heeft gedefinieerd en op basis daarvan het nieuws selecteert (onderwerp), verwerkt & produceert (invalshoek, medium) en passend publiceert (kanaal en groep). Een ander initiatief dat hoopgaf maar halverwege 2015 sneuvelde was de samenwerking van vrijwel alle Nederlandse nieuwsuitgevers (behalve NRC) in Newz BV. Ook de radicale vernieuwing en exploratie die TMG met zijn Startups-initiatief zocht is ondertussen afgebroken: het project is ter ziele. De Persgroep probeert met haar shovelware-app Paper vooral nieuwe inkomsten uit voornamelijk bestaande content te genereren, maar dit zal de benodige vernieuwing en relevantie op lange termijn waarschijnlijk niet brengen. NRC Q biedt nieuws op maat gemaakt voor een niche doelgroep, met een andere toon, via bekende digitale en experimentele kanalen (o.a. nieuwsbrief, eigen site en Whatsapp). Eenmalige experimenten met meer multimediale content en veel aandacht voor design, zijn te vinden bij de Volkskrant met de zorg-flexread en bij NRC Handelsblad met de Berrie.

 

Een nieuw perspectief: design thinking
Maar het is allemaal nog niet voldoende… Want naast Tamelings aanbevelingen voor het blijven experimenteren, samenwerken tussen organisaties, het samenstellen van interdisciplinaire teams en aandacht hebben voor verandermanagement, moet er meer gebeuren. En dat is: gebruik maken van de buitenwereld. Dat kan methodisch, door vanuit een nieuw perspectief te denken, kijken en te werken. Vanuit mijn eigen professie, die van user experience design, ben ik ervan overtuigd dat er door zogeheten design thinking methodes veel relevantere, rijkere en levensvatbare oplossingen kunnen worden gevonden voor de journalistiek. Tegelijkertijd realiseer ik me hierbij dat ook dit perspectief niet volledig en/of toereikend zal zijn om de crisis waarin journalistieke organisaties verkeren het hoofd te bieden. Maar een frisse blik levert het op z’n minst…

Start with the user

Een mooi perspectief en aanknopingspunt dat Tameling hiervoor biedt is het zogeheten ‘ambidextrous design’ als oplossing voor het innovator’s dilemma: hoe kun je blijven doen waar je goed in bent, terwijl je weet dat dat op een gegeven niet meer werkt? Wanneer enerzijds de oude manier van werken genoeg oplevert en wanneer onduidelijk is wat de nieuwere transities zullen betekenen en opleveren, wat doe je dan als organisatie? Ambidexterity heeft te maken met het vermogen van een organisatie om te kunnen wedden op twee paarden: die van exploitatie en die van exploratie; een design thinker kan helpen beide zijden van het ambidexterity-model te combineren door een feedback-loop te creëren: incrementeel vernieuwen aan de (bestaande) exploitatie-kant en radicaal ontwikkelen op de (nieuwe) exploratie-zijde. En dit continu op elkaar afstemmen, met de juiste vragen, hypotheses, doelen en metrics for success. Om dit proces doordacht te gaan doorlopen, zou ik als designer de volgende stappen willen adviseren:

  1. Start eens met je eindgebruiker
  2. Ontdek de behoeften van je gebruiker samen met medewerkers uit alle geledingen van de organisatie
  3. Hanteer hierbij de zogeheten design thinking-methodes van Stanford’s d.school, in de opeenvolgende fases ‘empathize – define – ideate – prototye – test

Wie zijn de deelgenoten van de toekomst?
Voor mij heeft Klaske Tameling met haar promotie-onderzoek naast de aanbevelingen en nieuwe inzichten ook aanknopingspunten geboden voor niet-journalisten, zoals o.a. designers. Voor een ieder die geïnteresseerd is in de journalistiek, zowel in het beroep, de industrie als in de toekomst ervan, biedt haar werk een bijzonder fraaie en unieke inkijk. Een specifiek tijdsdocument van een industrie met traditionele spelers die hun relevantie en positie proberen te hervinden in een voor hen veranderende omgeving. Of we met dit etnografisch onderzoek ook getuige zijn geweest van de laatste stuiptrekkingen van een aantal traditionele organisaties die, de inspanningen ten spijt, straks overbodig blijken te zijn, of dat we van dichtbij de conceptie hebben mogen bijwonen van een nieuwe en futureproof nieuwsorganisatie; dat valt nog te bezien. Een ding is voor mij wel zeker: de journalistiek zal zelf niet met een oplossing komen. Als ze opletten, zullen de gebruikers hen daarover informeren.

Over de schrijver van deze blogpost
Als kersverse researchfellow van het lectoraat Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek houd ik, Laurens Vreekamp (digital native) me bezig met onderzoek naar data-informed design decisions bij de totstandkoming van nieuwsproducties en de ontwikkeling van journalistieke diensten en services. Mijn interesse in, ervaring met en ideeën over de journalistiek houden mij als designer al meer dan 10 jaar bezig: mijn masterthesis behandelde het onderwerp hybrid journalism (2003), ik werkte een aantal jaar voor de publieke omroep (KRO), deed regie bij een Radio1-programma, ben coordinator van de HU-minor Future News Media, en richtte in 2013 samen met Erik van Gameren (NRC Handelsblad) nieuwsservice platform ‘immrs’ op.