Wie kan er hier samenwerken met robots en algoritmes?

“You’ll be paid in the future based on how well you work with robots.”

– Aldus techno-optimist Kevin Kelly. Maar hij is niet de enige die robots een grote rol toedicht voor in de nabije toekomst. Zo ook Minister Lodewijk Asscher, die op maandag 29 september 2014 op een congres van SZW in Den Haag sprak over de grote bedreiging van ‘Nederland als misschien wel gelukkigste land‘.  (link via Blendle) En die bedreiging komt niet van IS, niet van Ebola, niet van pensioengaten, maar vanuit technologische hoek – wees bang voor robots, machines en computer-algoritmes.

Exponentiele groei is lastig

Ben jij toekomstbestendig?
In dit verhaal laat ik zien waarom deze vraag steeds relevanter wordt voor al ons werk, en hoe internationaal en nationaal gezien verschillende professionals en bedrijven op deze vraag hebben moeten reageren, met zowel negatieve als positieve voorbeelden. Maar eerst even een klein testje voor jezelf om te bepalen of jouw werk (en je bestaan en je geluk) door een robot of computer wordt bedreigd:

1. Doe je voornamelijk hand- of denkwerk?
2. Volg je bepaalde routines bij het afhandelen van je werkzaamheden?

Antwoord je op vraag 2 ‘Ja’, dan staat jouw soort werk, of op zijn minst een deel daarvan op het spel, ongeacht of je nu hand- of denkwerk doet. Jouw werk zal overgenomen worden door robots en/of algoritmes. En niet per se jouw functie wordt direct ingeruild; nee, meer het soort werkzaamheden die behoren bij jouw beroepsgroep. Een enkele werknemer wordt eigenlijk nooit vervangen door een enkele robot. Nee, nieuwe technologie verandert hele bedrijfsprocessen – gemiddeld 7 jaar na de introductie van dergelijke technologie. Waardoor een deel van jouw werk en dat van je collega’s en die van andere afdelingen wordt samengevoegd, verder gedigitaliseerd en gerecombineerd, ongetwijfeld met behulp van algoritmes. Wat overblijft is een meer supervisor-achtige rol, voor een paar overgebleven human workers.

Hoe ik dit weet? Door het boek ‘The Second Machine Age – work, progress & prosperity in a time of brilliant technologies‘ te hebben gelezen. Een werk dat de laatste tijd veel aangehaald word in de media. Door bijvoorbeeld Bert Wagendorp in een column in de Volkskrant, bij een recente uitzending van Tegenlicht en nog in een stuk van Rutger Bregman voor De Correspondent.  In die verhalen wordt steeds weer geschetst dat we ons in Nederland (en eigenlijk de hele Westerse wereld) zorgen moeten maken over de toekomst van werk & inkomen. En dat we ons hier toch echt snel op moeten voorbereiden. Zelfs De Speld maakt er grappen over. Dat we ons er op voor moeten bereiden, daar kunnen we het over eens zijn. Maar hoe dan, en hoe snel precies?

Uber

Van taxi naar uber naar zelfrijdende bot

Nieuwe en snel uitstervende beroepen en skills
Ondertussen denk je misschien: maar ik heb creatief werk, ik bedenk dingen. Of: ik kan iets bijzonders, of: ik werk met complexe materie en ingewikkelde zaken die meer uitzonderingen kennen dan regels. Dat kan een robot, machine of computer toch nooit?! Leg die vraag dan eens voor aan een oud molenpaard, leg ‘m eens voor aan Gary Kasparov, de schaakmeester die verslagen werd door computer Deep Blue van IBM. Leg die vraag eens voor aan tv-quiz-deelnemers. Leg hem eens voor aan de werkloze callcenter-medewerker in Bangalore, India, wiens werk nu door geavanceerde, artificieel intelligente voice-based-systems is overgenomen. Leg die vraag eens voor aan een taxi-chauffeur die eerst ritjes gaat missen dankzij de app Uber, en binnen een paar jaar door zelfrijdende auto’s verbannen wordt naar de luxe ritjes-niche. Leg die vraag eens voor aan allerhande koeriers die binnenkort door Amazon worden bedreigd met drone-delivery. Leg hem eens voor aan studenten die accountancy of rechten studeren…

Mad men versus Math men
Meer in de creatieve hoek: leg die vraag eens voor aan reclamemannen David Ogilvy of Richard Edelman. Zij moeten met hun ad-agencies tegenwoordig concurreren met technologie-bedrijven, wat ze sowieso al vervelend vinden. En alsof dat niet genoeg is, zitten ze nu ook nog eens midden in zogeheten ‘realtime bidding wars’, waar algoritmes advertenties en advertentieruimte afstemmen, verhandelen en tonen in microseconden – zonder directe tussenkomst van mensen. Leg hem eens voor aan de marketingafdeling van Adobe (van Photoshop), waar manager Aseem Chandra zich eerder dit jaar op SXSWinteractive treffend afvroeg: “Will dashboards push aside storyboards?“.

Nu.nl – dagelijkse algoritme-kost
Over mediainkoop-algoritmes en realtime bidding (RTB) las ik twee weken geleden in het special report ‘Advertising & Technology’ van The EconomistMaar een praktischer uitleg en toepassing ervan kreeg ik op dinsdag 30 september bij Sanoma. Dat deed me beseffen hoezeer we dagelijks al te maken hebben met computers en algoritmes die (een deel van) ons werk overnemen enerzijds, en ons al bedienen als consument anderzijds. Want met dergelijke biedingssystemen werken ze bij Nu.nl dus al een tijdje. Terwijl jouw nieuwsbericht op je computer inlaadt, vindt ondertussen het bieden plaats, en krijg jij, als mens, een advertentie voorgeschoteld die de algoritmes voor jou passend achten – uiteraard op basis van door mensen opgestelde criteria, maar toch. Bij Nu.nl combineren ze dit RTB-advertentie-systeem echter wel met hun ‘premium’-systeem, waarbij meer traditioneel online creatieve uitingen worden geproduceerd door ‘gewone’ mensen.

De hybride samenwerking dus!
Zo werken ze bij Nu.nl dus met hybride oplossingen: mens en machine werken samen. En hebben ze vangnetten en menselijke stops ingebouwd om ongewenste of ongepaste combinaties en advertenties te voorkomen.

En zo raakte ik tijdens het lezen van The Second Machine Age ook benieuwd in hoeverre er in de creatieve sector al gewerkt wordt met, of in ieder geval rekening gehouden wordt met algoritmes. En dus stelde ik die vraag de afgelopen drie weken tijdens bezoeken aan een divers aantal creatieve bedrijven, voor mijn werk bij CMD Utrecht. Hieronder het resultaat van mijn steekproef:

1. DGN Publishers – Droge informatie vergelijken
Bij DGN Publishers (o.a. van Zorgkiezer.nl en DeGoedkoopsteNotaris) zag een medewerker de analyse en vergelijkingsmatrix wel door algoritmes worden overgenomen. En dat beangstigde ook een beetje. Maar de afstemming van de in feite droge informatie op specifieke menselijke behoeften, de creativiteit om het op een geschikte, verrassende manier aan te bieden zag hij als onmis(ken)baar mensenwerk.

2. Buddha to Buddha – Handcrafted zit in het DNA
Een heel ander bedrijf, BuddhaToBuddha, focust op het eigen DNA en daar is het handgemaakte, en daardoor unieke niet door robots te creëren. Daar wilde ik wel in meegaan, totdat ik deze video zag in een post van Clive Thompson op Medium:

3. Werken voor een database
Bij de NOS vertelt Elger van der Wel aan alle journalisten dat ze werken voor een database, niet voor een medium. En dat een (responsive) algoritme uiteindelijk bepaalt hoe de content er op het device voor een specifieke gebruiker er uit komt te zien – of het nu teletekst, een horloge, smart tv of good old desktop pc is. Dat bepaalt dus de designer niet, de technicus niet, de netmanager niet, en de journalist al helemaal niet meer.

4. Algoritmes voor performance & engagement analysis
Bij dlvr – http://www.dlvr.nl/ – een strategisch online marketing bureau – werken ze al samen met algoritmes, o.a. met analytics dashboards om ROI te meten en sentiment te tracken, door online conversaties te monitoren en mate van loyaliteit te kunnen identificeren. Met deze statistieken, analyses en andere inzichten als basis ontwikkelt en ontwerpt dlvr vervolgens hun creatieve campagnes, met interne en externe professionals van vlees en bloed.

5. Algorithm-based service journalistiek
Als laatste voorbeeld, wil ik kort een concept schetsen (waar ik niet teveel over mag verklappen) van studenten van de nieuwe HU-minor Future News Media (waar ik zelf lesgeef), waarbij algoritmes bestaande journalistieke content verwerken en recombineren, zodat daarmee een service geboden kan worden voor een specifieke nieuwsbehoefte die zich waarschijnlijk ook veel voor zal (gaan) doen bij de wearable/mobile nieuwsgebruiker. Erg benieuwd of het proof-of-concept dat ze nu aan het uitwerken zijn echt future-proof is…

Bevat jij werkelijk wat exponentiële groei inhoudt? Kijk eens naar 2007!
En als je nu denkt: oke, dat zou kunnen, (een deel van) mijn werk wordt in de toekomst overgenomen door een machine of computer, maar zo snel zal het toch niet gaan? En daarnaast: ik kan waarschijnlijk wel samenwerken met een robot of computer (ook als het moet), dus dat komt goed. Dan hier nog een laatste ding om te beseffen. Wellicht ken je die legende over de bedenker van het schaakspel, die van de keizer een cadeau naar eigen keuze mocht bepalen – niks zou te gek zijn. De bedenker verzon iets geniaals: een verdubbeling van het aantal rijstkorrels per ieder nieuw vlakje op het schaakbord, te beginnen met een korrel op het eerste vlakje. Enzovoorts. Naar het schijnt zitten we sinds 2007 technologisch gezien op een soort van ‘tweede helft van het schaakbord’ oftewel: we bevatten niet meer hoe snel computers zijn en nog gaan worden, hoeveel data er omgaat in de wereld, hoe veel opslag we nodig hebben en hoe weinig digitale informatie-opslag nog kost en hoe klein hardware en sensoren al zijn. 2007 was het jaar dat de Kinect van Microsoft werd geïntroduceerd, de eerste iPhone en tal van andere technologieën betaalbaar, klein en krachtig genoeg werden voor consumenten-toepassing. Dat is 7 jaar geleden. Daaruit is nieuw werk ontstaan, maar ook veel soorten werk verdwenen. In welk jaar ben jij dan een deel van je werk kwijt, en in welk jaar je inkomen? Of heb jij een nieuw soort werk gevonden waarbij je technologie voor je laat werken, in plaats van dat het je overneemt?

 

4 soorten werk voor designers

“Ik hoorde in Austin tot mijn verbazing eigenlijk vrij weinig nieuwe dingen.”

Aldus een oud-student die Communication & Media Design (CMD) studeerde in Utrecht, die binnen 9 maanden na haar afstuderen werkt bij TamTam – een full service digital agency, en op bezoek was op SXSW Interactive in Austin, Texas.

Dit verhaal gaat over wat bureau’s nu willen en doen. Over waar designstudenten zitten (of zouden moeten zitten), wat ze willen en kunnen of niet, en: wat jij van een design-opleiding mag verwachten. Ik heb er wel ideeën over, maar wat zijn de jouwe?

Gedeeld idee over de toekomst van CMD-werk
De afgelopen weken bezocht ik namelijk veel verschillende bedrijven en bureau’s waar  CMD’ers werken, afstuderen, zouden kunnen werken of misschien wel horen te werken. En toen bedacht ik me, ook na presentaties van eerste- en derdejaars studenten afgelopen week: hebben ‘we’ eigenlijk allemaal wel een gedeeld idee bij/voor welk bedrijf/opdrachtgevers onze studenten moeten gaan werken – bureauzijde, businesskant, startup of als zzp’er. Oproep: noem me maar eens wat bedrijfsnamen.

In de opbouw van dit stuk ga ik het hebben over CMD-werk bij:

  1. bureau’s,
  2. business-owners,
  3. start-ups en
  4. als zzp’er

1. BUREAU’S
Bij mijn kennismakingsbezoek aan een serious gamesbureau in Rotterdam, kreeg ik van de bedrijfsbegeleider te horen dat wij CMD-afstudeerders geen quasi-academisch onderzoek moeten laten doen, maar praktische toepassingen moeten laten ontwikkelen. De afstudeerder in kwestie is bezig om patronen en principes op te stellen voor game designers die data willen visualiseren om spelers:

  • te motiveren,
  • op de hoogte te stellen van hun voortgang en
  • inzicht te bieden in hun gedrag.

Dit varieert van toepassingen voor de metaalindustrie, trainingsprogramma’s voor specialisten tot het inwerken van nieuwe werknemers. Tot nu toe vinden designers bij Ranj per nieuw project -grofgezegd- steeds opnieuw het wiel uit, terwijl er legio best practices zijn – zowel binnen het bureau als in het seriousgame-domein. Uitkomst van het afstudeerproject zal een dynamische waaier/kaartset zijn, digitaal en fysiek, die hierin tegemoetkomt. Typische CMD-klus?

2. BUSINESSOWNERS
Omroepen?
Een plek waar ik een oud-CMD’er tegenkwam was bij BNNVara, waar een van onze meest getalenteerde studenten nu zelf een creatief, medium-onafhankelijk team mag samenstellen. De afdeling ‘Interactief’ staat daar overigens los van de afdeling ‘Design’! Die ruimte voor medium-onafhankelijk denken miste ik juist bij KRONCRV.  Maar gelukkig bemerkte ik wel grote behoefte aan CMD’ers toen ik daar in gesprek was over de nieuwe journalistieke portal ‘InCntxt‘ die straks NPO Journalistiek gaat heten.

De Belastingdienst?
Een van de cases bij het vak Media Analyse voor Content-specialisatie-studenten gaat over de digitalisering bij de Belastingdienst. Studenten denken na over welke dilemma’s hier een rol spelen en wat hun rol zou zijn wanneer zij daar in dienst zouden zijn.

Wat technologie voor onze studenten eigenlijk betekent
Tijdens gesprekken over hun ontwikkeling wat betreft het analyseren van het huidige medialandschap, vertelde meerdere derdejaars dat ze technologie enerzijds meer zijn gaan omarmen (als professional) en anderzijds als persoon met een verminderde vanzelfsprekendheid kijken naar, en omgaan met diezelfde technologie. Zoals een studente het ongeveer verwoordde:

“Ik ben erachter gekomen dat de manier waarop technologie nu gebruikt wordt, ons heel veel vertelt over waar behoefte aan is in onze samenleving.”

En met dat inzicht zag ze weer praktische toepassingen tijdens haar werk als CMD’er. Rolf Coppens van interactief ontwerpbureau Grrr waarschuwt dan ook dat beginnend designers niet die luxe hebben om te kunnen ‘uitzoomen’ in de praktijk. Zijn designers zijn 80% van hun tijd ‘gewoon aan het ontwerpen’ en gemiddeld minder dan 20% bezig met onderzoek, customer journey’s  en persona’s. Moeten dan die media & technologie niet bekeken worden, maar vooral gebruikt?

3. STARTUPS
De journalistieke tuin in
Na mijn bezoek aan Ranj ging ik langs bij A-Lab in Amsterdam, waar De Correspondent is gevestigd. Ik was gevraagd mee te denken over innovatie en interactie op hun platform. Ze gebruiken er een metafoor van ‘de tuin’, waarin een correspondent werkt, en waaruit de redactie artikelen ‘plukt’. Daarnaast heeft De Correspondent zich altijd neergezet als ‘het medicijn tegen de waan van de dag.’ Combineer die tuin en dat medicijn eens, stelde ik voor, en kijk eens hoever je kunt gaan in de vertaling daarvan voor toepassingen op het platform , zowel in vorm als inhoud.

Ik kwam er niet helemaal uit daar. Waarom?

Groot gemis
De verantwoordelijke voor het onderzoek naar mogelijke innovaties bij De Correspondent, is een student Journalistiek van onze faculteit. En het is goed dat een journalist juist met die vernieuwing bezig is. Maar ik vind dat daar (op z’n minst ook) een CMD’er moet zitten. Mijn grootste gemis is dat het ontbreekt aan creatieve vormen voor de verschillende artikelen. Harald Dunnink (ontwerper van Momkai) beloofde in de opstartpromo (v.a. 3:00) ooit dat verhalen gemaakt zouden worden vanuit een samenwerking van schrijver, ontwerper en programmeur. Wat we kregen zijn weliswaar interessante artikelen, maar altijd erg traditioneel: (lange stukken) tekst met illustratie en af en toe een video.

Mijn 60 euro heb ik betaald om niet zozeer het initiatief an sich te steunen, maar omdat ik er van overtuigd was dat De Correspondent zou experimenteren met nieuwe vormen. Dat zij de sneeuwbal zouden laten rollen; dat dit de Firestorm, de Snowfall van Nederland zou opleveren. Nog niet eens per se bij henzelf, maar in ieder geval om de competitie op scherp te zetten en uit te dagen.

Meet the innovators
En misschien is dat laatste wel een beetje gelukt, merkte ik op tijdens het congres Meet the innovators: een speciaal georganiseerde middag voor journalistieke innovaties op 27 maart, waar bijv. een nieuw startup-project binnen TMG werd aangekondigd en waar Peter Vandermeersch (NRC) vertelde over hun online-experimenten met hun zogenaamde Berry’s – vernoemd naar de Berry van Aerle special.

Overigens schijnen de projecten als Snowfall (New York Times) en Firestorm (The Guardian) niet bijster veel lezers/ kijkers gehad te hebben, maar die doelstelling vind ik minder van belang als het gaat om inspiratie voor storytelling, contentcreatie en inzet van nieuwe technieken. Want de journalistieke wereld heeft er wel degelijk naar gekeken!
En ik zelf ook: ik werk naast mijn CMD-lespraktijk aan een eigen startup genaamd ‘immrs‘, een rustige tabletreader voor persoonlijke vragen bij het nieuws’.

En misschien wil Rob Wijnberg – in lijn met het tegen de waan van de dag ingaan – ook niet teveel meedoen met allerlei vorm-experimenten. Maar feit blijft wel dat dit project uniek is door zijn gecrowdfundete start en het gegeven dat er volledig digitaal gepubliceerd wordt. Ofwel: ruimte genoeg daar voor meer CMD’ers!

4. ZZP’ERS
Creatief platform
Als laatste mogelijke soort werk(plek) voor een CMD’er vind ik de nieuwe ontwikkeling bij het Utrechtste Buro O interessant. Waar overigens een CMD’er aan het afstuderen is, en een ander een bijbaan heeft. Buro O (gevestigd aan de kop van de A’damse Straatweg) werkt aan een transformatie om zichzelf neer te zetten als netwerk-organisatie:

“Voor een derde metamorfose wil zij zich neerzetten als ‘creatief platform’. O heeft de visie dat het bureau van de toekomst een open bureau moet zijn, waar veel verschillende creatieve disciplines samenkomen en waar op een interactieve manier wordt samengewerkt. Het bureau werkt samen met veel verschillende gespecialiseerde partners en freelancers. Van copywriters, tot webdesigners en social-media specialisten. De kwaliteit van dit netwerk bepaalt grotendeels de kwaliteit van het werk dat door O wordt gemaakt.”

Is dit de toekomst voor designers – gaan ze hier werken als zelfstandige, of worden ze daar in dienst genomen?

NO MATTER WHERE
Wat ik als uitgangspunt voor designstudenten pas echt belangrijk vind, ontdekte ik afgelopen week bij onze huidige eerstejaars ‘interactive’. Zij presenteerden hun met gebruikers geteste prototypes voor educatieve apps. Er valt op elk onderdeel van het ontwerp en hun presentatie wel iets aan te merken, maar niet op het volgende:

  1. design reviews: dat ze hebben ervaren wat het je oplevert om onaffe ideeën, schetsen en mockups voor te leggen aan elkaar,
  2. user testing: het nog belangrijkere besef dat wanneer je met gebruikers praat en ze jouw ontwerpen voorlegt, dat dat superspannend en pittig is, dat dat regelen best een opgave is, maar dat je daarna wel veel beter weet waarom en wat er aan je ontwerp wel of niet gaat werken.
  3. leren begrijpen van mensen: misschien wel het allerbelangrijkste besef als eerstejaars-student is, zo hoorde ik: er is eigenlijk niemand die mij en mijn ideeën precies begrijpt. En dat heb ik pas begrepen doordat ik anderen, die niet zo zijn als ik, heb leren begrijpen.

Denk je dat deze eerstejaars over 4 jaar ook naar Texas gaan, en dan ook zeggen dat ze niks nieuws horen? En hebben wij daar dan als designopleiding met onze cursussen voor gezorgd? En hebben wij ze dan opgeleid voor:

  • een baan, of voor
  • een soort bedrijf, of voor
  • een manier van denken en werken?
  • Of iets anders?

Amazon Dash
Probeer die laatste vraag maar eens te beantwoorden aan de hand van de totstandkoming van dit nieuwe, interessante apparaat van Amazon – de Dash:
http://www.wired.com/2014/04/amazon-dash/

Amazon Dash

“wij zijn de voorkant”

Vorige week vroeg ik 3e/4e-jaars studenten van de School voor Journalistiek waarom ze bezig zijn met de toekomst van nieuwsmedia. Uit hun eerdere opmerkingen, en door mij gedeelde cijfers uit het blad Mediafacts, blijkt die hele dode-bomen-discussie statistisch vooralsnog irrelevant. Een student verwoorde mijn vraag alsvolgt in deze tweet.

Geen vragen? Geen les!
Dus… waarom dan toch interesse tonen? Nadat er meerdere relevante argumenten door de studenten waren opgeworpen, kon Future Newsmedia – les 2 (zie ook onderaan) beginnen.

Wat doen journalisten anno 2011?
Afgelopen woensdag vroeg ik dezelfde groep studenten wat journalistiek-studenten anno 2011 onderscheidt van oudere journalisten, communicatie-studenten en/of amateurs. Een greep uit de antwoorden, vrijelijk geinterpreteerd en gequote:

“Als journalist ben je nieuws- en leergierig”. “Wij lezen nog kranten”. “Wij zijn de voorkant”.

Er bleken in deze groep 2 kampen te bestaan, waarbij het ene kamp nieuwsgierig naar de mogelijkheden kijkt die technologie (zowel soft- als hardware) met zich meebrengen, en deze ook willen benutten. Het andere kamp verwacht dat het journalistieke werk niet zoveel verandert, maar dat er over 10 of 50 jaar wel wezenlijke verschillen zijn t.o.v. de professie van vandaag. Desalniettemin zijn beide kampen nieuwsgierig.En dat uitgangspunt lijkt me het belangrijkst.

Na enig overdenken, denk ik niet dat journalisten de ‘voorkant’ vertegenwoordigen van het (nieuws)-journalistieke landschap, maar misschien wel meer de ‘binnenkant’: de inhoud / de content zelf. En dat is natuurlijk niets nieuws, maar wel een fijn besef.

Vraagje:
Beste journalisten: zijn jullie inderdaad de binnenkant? Overtuig maar…

Hieronder les 2 en les 3.



future newsmedia

“We hebben je al gegoogle’d hoor”

Sinds deze week heb ik het voorrecht om met ‘nieuwe’ journalistiek te experimenteren. Samen met een groep jonge, aanstormende journalistiek-studenten van de Hogeschool Utrecht, gaan we 5 a 6 weken lang kijken wat nieuwere media kunnen betekenen voor het uitoefenen van hun professie. Toen ik had bedacht dat ik mezelf niet ging voorstellen, maar dat de studenten dit waarschijnlijk ter plekke konden opzoeken, kreeg ik bovenstaande reactie al direct. Kijk, dat zijn journalisten!

 

Als je wil leren zwemmen moet je ook nat worden
In overleg met studenten, Peter Paul Schmaal en Hubert Roza van de Journalistiek-opleiding van de HU, gaan we het volgende behandelen:

1. Wekelijks voorbeelden / cases behandelen en het (nieuws-)journalistieke landschap anno 2011 doornemen en in kaart brengen

2. experimenteren door zelf journalistiek te bedrijven binnen de beperkingen en wetten van een specifiek sociaal netwerk – denk aan Flickr, Google+, Facebook, Twitter, Linkedin en Foursquare

3. discussieren over:

  1. de kernwaarden van een journalist,
  2. de gereedschappen die hij/zij nu kan benutten, wanneer en waarom,
  3. de invloed van elke student op, en de plicht die hij/zij heeft binnen, het vak in de toekomst

 

Tijdens de kick-off afgelopen woensdag behandelden we het volgende:


Excuses voor de missing fonts, en daardoor vreemde typografie!

Tussenopdrachten
De komende tijd gaan we de docu “Page One – Inside the New York Times” bekijken, die precies de grote thema’s en crises van journalistiek, nieuws, media & technologie anno nu aan het licht brengt, vanuit het perspectief van (medewerkers van) The Gray Lady. Daarnaast heb ik een 6-tal boeken aangedragen:

  • ‘Free’ – Chris Anderson,
  • ‘Cognitive Surplus’ – Clay Shirky,
  • ‘Het museum als plek voor ideeen’ – Rutger Wolffson,
  • ‘We, the media’ – Dan Gillmor,
  • ‘Boeiuh’ – Rob Wijnberg en
  • ‘Sex, blogs & rock’n’roll’ – Ernst-Jan Pfauth.

Ben benieuwd wat de studenten hieruit halen aan extra info en inspiratie voor hun opdracht en over hun denken over het vak van journalist.

Eind-opdracht:
Elke student krijgt, in groepjes van 3, een eigen sociaal netwerk toegewezen, en gaat binnen dit netwerk op zoek naar items/onderwerpen, die specifiek daar naar voren komen. Voorwaarde: geen items over het sociaal netwerk an sich. De uiteindelijke publicatie moet crossmediaal zijn (waarbij minimaal 2 kanalen benut moeten worden, medium-specifiek).

Ben dan ook heel benieuwd naar jouw ideeen, opmerkingen en bijv. vragen die je voor ons hebt. Laat het hieronder weten, of via Twitter, Facebook, FourSquare, Google+, e-mail of wat dan ook.

werelden


Upload via Flickr: ajs_.

“Hoe kunnen wij in hemelsnaam weten dat de aarde om en nabij de 4550 miljoen jaar oud is?” Als jij dit soort vragen ook hebt, dan heb ik HET antwoord voor je.

1e wereld
Voor mijn verjaardag kreeg ik “A Short History of Nearly Everything” van Bill Bryson.Iedereen die mij dit boek niet eerder aangeraden heeft, moet zich schamen. In het boek staat namelijk (bijna) ALLES over hoe de wetenschap -en ook wij- weten wat we weten. In begrijpelijke taal geschreven, in een vorm die af en toe zelfs spannend te noemen is. Verplichte kost voor iedereen, als ik het moest zeggen!

2e wereld
Toeval of niet, maar sinds kort ben ik -geheel in sync met de hype- een inwoner van Second Life. Veel tijd heb ik er nog niet doorgebracht, en dat komt door 3 redenen:

  1. De interface en navigatie zijn niet dusdanig uitnodigend dat ik het hele spel deze nieuwe wereld meteen wil verkennen
  2. Ik heb werkelijk geen idee WAT ik in SL wil of WAAROM ik in deze wereld wil zijn, anders dan er zijn omdat dat gaaf is, *ofzo*… (Misschien biedt dit fictieve scenario van VPRO’s “De Toekomst” antwoorden)
  3. Wanneer ik SL start, bevriest mijn computer al vrij snel nadat ik ben begonnen met bewegen. Een restart is het enige wat dan nog helpt. Wel vreemd, dat ik met een 2.8 GHZ processor en 1GB RAM onvoldoende vermogen lijk te hebben voor SL.

3e wereld
Dus: onze aarde begeeft zich in het heelal. Wij begeven ons fysiek op aarde en virtueel in Second Life. En atomen dan? Die begeven zich in ons, toch? Om dat te onderzoeken heeft het CERN (ook thuisbasis v.d. uitvinding v.h. WWW) nu een big-ass machine (paar kilometer lang!) gebouwd die atomen en deeltjes ervan onderzoekt. Deze deeltjes-versneller is de duurste onderzoeks-omgeving die mensen ooit gebouwd hebben. En zoals Bill Bryson al interessant opmerkte: om de kleinste wereld te onderzoeken, hebben we blijkbaar de grootste machine nodig.