4 x dood

Gisteren de eerste bijeenkomst gehad voor Dutch Bloggies, waar ik dit jaar een van de juryleden ben. Na alle procedures en gang van zaken te hebben doorgenomen, nog even lekker over  media, technologie en Nederlandse webcelebs gebabbeld.

Grappig om dan uitgerekend in deze context uit te komen op de vraag of de weblog dood is. Conclusie: op technologie-gebied wordt vanalles continu dood verklaard:

  1. dood van de weblog, waarbij jury-voorzitter Jeroen Mirck wist op te merken dat de weblog ieder jaar dood wordt verklaard LOL
  2. dood van email – alle berichtjes gaan ‘direct’, via linkedin, facebook, twitter, etc. Jongeren emailen al helemaal niet. En toch hebben wij van DB een onderlinge mailinglist opgezet
  3. dood van RSS – social media attenderen mensen nu op allerlei zaken, en RSS was trouwens nooit te begrijpen voor non-techies
  4. dood van Hyves – nu iedereen overstapt naar Facebook, met de ‘international feel’ als grootste argument, heeft kindje Hyves het nakijken…

Het zal met weblogs en email allemaal wel meevallen. En de rss maak ik me ook geen zorgen om. Hoe de toekomst er voor Hyves uitziet, lijkt me inderdaad minder florissant. Benieuwd wat ze gaan doen om het tij te keren… Maar goed, over 2 jaar is Facebook ook dood; remember DE hit die Myspace.com heette?

hate to say “I told you so”

… maar gisteren op het 20.00uur-journaal nota bene, een item over Facebook, dat even bepaalt dat al je digitale informatie op hun profielsites zo sociaal is, dat het Facebook BV toebehoort.

Hier wordt nog even helder uitgelegd hoe Facebook daarop als antwoord een koekje van eigen deeg heeft gekregen:

The irony is that Facebook sent up a red flag to its users saying, “Be careful what information you surface online and how you surface it” and then promptly fell into the same trap that its TOS was warning users against.

2009: het jaar van de Social Media Wars. Ik blijf het je zeggen.

Die social media fatigue komt heus niet zomaar ergens vandaan…

samen met je publiek

“Nu ik er gezichten bij zie, weet ik nog beter voor wie ik het doe”, aldus een KRO-collega die een Hyves heeft opgezet rondom zijn radio-programma.

omroepinteractiemodel.gif

De verbindende factor
Vanuit de context van een publieke omroep bezien, zou je kunnen zeggen dat je televisie gebruikt om mensen ergens naar te laten kijken, radio om mensen ergens naar te laten luisteren en het internet om mensen aan je te binden. Zie ook mijn Omroep Interactie Model hierboven. Als je daarnaast nog bedenkt dat het de taak is van de Publieke Omroep om mensen met elkaar te verbinden, dan zou de cirkel rond moeten zijn…

Oldskool interactie bij omroepen
Natuurlijk wordt er bij live-radio en live-televisie al jaren deelgenomen door het publiek – op de tribune en via de telefoon. Maar je kunt in deze gevallen niet spreken van het cultiveren van een band met kijkers en luisteraars. Er zijn nog meer vormen van interactie die omroepen al kennen, zo leerde ik tijdens gesprekken met collega’s van de afdeling Drama:

  • kijk- en luistercijfers
  • kritiek van omroep-concullega’s
  • een telefoontje of brief van een kijker/luisteraar

Daar moet toch meer van te maken zijn, zeker nu het web op dit moment zoveel te bieden heeft…

“We moeten makers helpen het potentieel van het web te laten inzien en te benutten”

Interactie a la 2008
Veel mediamakers binnen de omroepen benutten het potentieel en gemak van interactie met hun publiek niet. Op de een of andere manier (en nu steek ik ook de hand in eigen boezem) hebben wij nieuwe media-specialisten ze (nog) onvoldoende weten te overtuigen van de meerwaarde die nieuwe technologieën en het web met zich meebrengen.

Om hier iets aan te doen, hebben een collega en ik een presentatie/workshop opgezet om -a.h.v. tastbare, herkenbare voorbeelden- makers op nieuwe gedachten te brengen en te inspireren om het web in te zetten bij de ontwikkeling, samenstelling, productie en uitzending van programma’s. Kortom: om een band op te bouwen met je publiek.

Kernfuncties van het web voor mediamakers
Om waarde aan (de inhoud van) je programma toe te voegen voor je kijker en luisteraar, kun je als maker de volgende 3 functies m.b.v. het web uitbouwen:

  • Gidsfunctie – expertise van de maker als webservice voor de kijker/luisteraar
  • Deelname en invloed – kijker/luisteraar wordt onderdeel van het programma, en ziet zichzelf ook zo
  • Uniek materiaal – inhoud die zich beter leent om via het web ontsloten te worden

De allergrootste voorwaarde om de functies nut te laten hebben, is je publiek te laten merken dat ze bij je programma betrokken zijn. Verwijzen naar specifieke dingen online, terughalen van forumdiscussies in de uitzending of andere door het web gefaciliteerde activiteiten opnemen in het programma.

“Internet interesseert me geen reet”

Vragen of elk programma zich hier wel voor leent, of dat je als maker dan de touwtjes uit handen geeft, zijn irrelevant. Gewoon benutten dat web, wanneer het jou past en jou uitkomt! En misschien is het ondertussen ook handig om met de tijd mee te gaan, klaar te zijn voor de toekomst en een alleraardigste manier om nieuwe en meer luisteraars/kijkers te bereiken…

“Dit is freaken, frobelen in de marge”

Oh… ehm… trends komen en gaan, maar sommigen beklijven, remember… http://nonormalnews.org/blog/2006/09/25/skip-intro-upload-print-in-3d/

webpresence

TUC

“Wel lekker eigenlijk!�, antwoordt een studente Sport-, en Entertainment Marketing op de vraag “Wat vind je ervan dat je dit nu op maandagochtend om 10.20 uur krijgt aangeboden?�

Context
In het halfvolle auditorium op de Uithof zitten 3e-jaars studenten van de Hogeschool van Utrecht allemaal met een TUC-koekje in hun hand of mond. Om mijn gastcollege over innovatie bij de KRO op een luchtige manier te beginnen, probeer ik aan de hand van een illustratief voorbeeld -door uitdelen van Tuc-zoutjes- het idee van content-out-of-context alvast te schetsen.

Inhoud van de presentatie
De presentatie, getiteld “The New New Web – webpresence & user generated connections�, gaat over het vrijlaten van content (beeld, geluid en tekstmateriaal) en de (gecontroleerde) verspreiding ervan over het web en op andere platformen. Ik laat zien wat er zoal gebeurt op het moment, en wat er nog mogelijk is/zou zijn.


Ook te bekijken via: slideshare.net/campodipace/the-new-new-web/1

Opdracht voor studenten
Opdracht voor de studenten is om na te denken over mogelijkheden hiervan voor de KRO. Mijn presentatie dient ter inspiratie, schept een kader en is het startschot voor het uiteindelijke werkstuk dat de studenten twee weken later moeten inleveren over dit onderwerp.

Response
De vragen van de studenten na afloop van mijn verhaal zijn recht voor zijn raap, duidelijk, helder en slim. Mede hierdoor ben ik erg benieuwd naar de werkstukken. Ligt de oplossing in aard van de snack: snel, klein, handig en ehm… vet), of moet er slim gemarket worden door de boodschap net even anders te verpakken en op verrassende plekken aan (nieuwe) publieken te tonen? Misschien wel beide, of misschien juist iets heel anders….

Materiaal uit de presentatie
Wat ik allemaal heb laten zien aan voorbeelden, sites en andere dingen vind je hier…

“webpresence” verder lezen

massa: een kritiek punt

De laatste tijd raak ik steeds meer geïnteresseerd in massa-verschijnselen. Zo vertelde een persoon mij, die pas geleden een aantal grote steden en ook het platteland in China heeft bezocht, dat hem vooral opviel dat ‘er gewoon heel veel Chinezen’ zijn. Niet voor niets dat veel mensen bang zijn voor world domination door de Volksrepubliek, nu ze in economische en technologische opzichten internationaal steeds belangrijker worden of al leidend zijn.

En dan De Tweede Bubble
Als het gaat om het slagen van een business-model, om afzetmarkten en om adoptie en gebruikers, dan heb je een absoluut aantal kopers/gebruikers/lezers/etc. nodig. Vaak denk ik dat Nederland te klein is, als het gaat om het behalen van zo’n kritieke massa. Een voorbeeld dat deze stelling in eerste instantie tegenspreekt, is Hyves.nl. Maar als je verder kijkt, zie je dat Hyves ook internationaal actief is, en ik denk dat ze dat niet voor niks doen…

“Aan een goeie jeugd heb je niks”
Alles wat “jongeren” is, heeft de laatste tijd momentum. Ook bij de meeste nieuwe internet-initiatieven wordt gemikt op jongeren, paswerkenden en yuppen. En deze groep hoort natuurlijk ook reuze-interessant te zijn voor marketeers, omdat ze schijnbaar de toekomst hebben. Maar nu las ik in een artikel van Tijdschrijft voor Marketing dat juist de babyboomers de toekomst hebben, omdat jongeren veel minder te besteden hebben, en meelopers zijn, omdat ze vaak onder druk staan van hun peers. De ouderen van nu hebben veel meer tijd, veel meer geld en veel meer vrijheid in keuzes en doen en laten. In de Wired van Februari 2006 werd de nieuwe term voor deze groep al geintroduceerd: bloomers.

Fuck de vergrijzing

Dus als er een kritieke massa in Nederland is die je moet/wilt bereiken, dan zijn het de 50-plussers wel. Ze zijn nl. met ontzettend veel. Hoe heet dit fenomeen ookalweer? Juist, vergrijzing. Wedden dat die term binnen 5 jaar bijna niet meer gebruikt wordt in de media…!

Web 2.0

Je leest er op het internet, vooral in de blogosphere nu steeds meer over, en we schijnen er echt al midden in te zitten: de nieuwe generatie internet. Overal ontstaan weer nieuwe initiatieven en applicaties. Als emerging fenomeneen ook wel aangeduid als Internet 2.0 of Web 2.0. Het dotcom-syndroom lijkt wat te verzwakken, en een nieuwe generatie ontwikkelaars en ondernemers durft het weer aan. Hopelijk gesterkt met wel realistische businessmodellen, kan ons de komende jaren een hoop moois getoond worden…

Basiselementen voor het nieuwe internet zijn: nieuwe technieken/technologieen (rss, podcasting en tagging/folksonomies), gebruik maken van sociale netwerken en het hebben van een open karakter gericht op de gebruiker. Daarnaast is er een nieuwe manier van applicaties bouwen op komst, die de AJAX-methode wordt genoemd, waarbij er in de nabije toekomst steeds meer gesproken gaat worden van web-applicaties in plaats van web-sites. Het internet zal steeds meer verweven worden met de desktop.

Hoe het nieuwe internet er uitziet, kun je aan de hand van de volgende sites/applicaties al een beetje zien:
Social notifiers:
Ta-da Lists
Ta-da is voor je todo’s, ook samen met anderen (sociale element), bij te houden via RSS
Upcoming
Welke evenementen bij jou in de buurt zijn, geef je nu zelf aan, of verneem je via je mede-gebruikers

Social networks:
Hi5 en Hyves. Ben ik persoonlijk geen fan van, want de waarde van dit netwerk voor een gebruiker is voor mij onduidelijk.

Tagging / Folksonomies:
Technorati
Houdt bij waar de webloggers over schrijven, ahv tags.

del.icio.us
Bookmarks classificeren op basis van tags, delen met anderen, sociaal netwerk ontstaat

Flickr
Moet ik die nog uitleggen…?!

Podcasting
Odeo
The next big thing in podcasting, zo wordt op meerdere plaatsen vermeld. Je kunt je op podcasts abonneren, ze online beluisteren, downloaden naar je eigen mp3-speler en zelfs je eigen podcasts maken. Deze laatste feature is op dit moment nog niet beschikbaar.

iPodder
1e bekende programma die podcasten op de kaart zette.

AJAX-methode
GoogleMaps
Op dit moment schoolvoorbeeld van gebruik van de AJAX-methode. Je merkt de nieuwe methode op, wanneer je je input ververst, door te zoomen bijv., en er geen nieuwe pagina geladen wordt.

Voor de meeste van bovengenoemde applicaties moet je een account aanmaken. Voor de gebruiker handig om dingen te ordenen en organiseren op zijn eigen plek, online. Voor de bouwers kostbare informatie om commercieel te gebruiken. Je kunt je voorstellen dat in dit woud van verschillende accounts een gebruiker nog wel eens gegevens door elkaar gooit. Misschien is het dan handig dat er een applicatie komt, die alle andere applicaties voor je beheert. Macromedia’s Central is een stap in die richting, maar geeft geenszins een bevredigend resultaat!

Afrondend: ik wordt stiekem wel een beetje opgewonden van alle nieuwe mogelijkheden, en als mijn kans daar is om zelf met een nieuw internet2.0 initiatief te komen, zal ik em zeker grijpen. Joehoe… doe mij nog maar zo’n Bubble!

Updates – 05-07-05
Update 1: op whatsweb20.com wordt haarfijn uitgelegd hoe het allemaal zover heeft kunnen komen.
Update 2: Als je dacht dat je nu zo ongeveer begrepen hebt wat Web 2.0 inhoudt, dan gooit Dan Gillmor (schrijver van “We The Media“) met zijnWeb 3.0 meteen roet in het eten…!