4 soorten werk voor designers

“Ik hoorde in Austin tot mijn verbazing eigenlijk vrij weinig nieuwe dingen.”

Aldus een oud-student die Communication & Media Design (CMD) studeerde in Utrecht, die binnen 9 maanden na haar afstuderen werkt bij TamTam – een full service digital agency, en op bezoek was op SXSW Interactive in Austin, Texas.

Dit verhaal gaat over wat bureau’s nu willen en doen. Over waar designstudenten zitten (of zouden moeten zitten), wat ze willen en kunnen of niet, en: wat jij van een design-opleiding mag verwachten. Ik heb er wel ideeën over, maar wat zijn de jouwe?

Gedeeld idee over de toekomst van CMD-werk
De afgelopen weken bezocht ik namelijk veel verschillende bedrijven en bureau’s waar  CMD’ers werken, afstuderen, zouden kunnen werken of misschien wel horen te werken. En toen bedacht ik me, ook na presentaties van eerste- en derdejaars studenten afgelopen week: hebben ‘we’ eigenlijk allemaal wel een gedeeld idee bij/voor welk bedrijf/opdrachtgevers onze studenten moeten gaan werken – bureauzijde, businesskant, startup of als zzp’er. Oproep: noem me maar eens wat bedrijfsnamen.

In de opbouw van dit stuk ga ik het hebben over CMD-werk bij:

  1. bureau’s,
  2. business-owners,
  3. start-ups en
  4. als zzp’er

1. BUREAU’S
Bij mijn kennismakingsbezoek aan een serious gamesbureau in Rotterdam, kreeg ik van de bedrijfsbegeleider te horen dat wij CMD-afstudeerders geen quasi-academisch onderzoek moeten laten doen, maar praktische toepassingen moeten laten ontwikkelen. De afstudeerder in kwestie is bezig om patronen en principes op te stellen voor game designers die data willen visualiseren om spelers:

  • te motiveren,
  • op de hoogte te stellen van hun voortgang en
  • inzicht te bieden in hun gedrag.

Dit varieert van toepassingen voor de metaalindustrie, trainingsprogramma’s voor specialisten tot het inwerken van nieuwe werknemers. Tot nu toe vinden designers bij Ranj per nieuw project -grofgezegd- steeds opnieuw het wiel uit, terwijl er legio best practices zijn – zowel binnen het bureau als in het seriousgame-domein. Uitkomst van het afstudeerproject zal een dynamische waaier/kaartset zijn, digitaal en fysiek, die hierin tegemoetkomt. Typische CMD-klus?

2. BUSINESSOWNERS
Omroepen?
Een plek waar ik een oud-CMD’er tegenkwam was bij BNNVara, waar een van onze meest getalenteerde studenten nu zelf een creatief, medium-onafhankelijk team mag samenstellen. De afdeling ‘Interactief’ staat daar overigens los van de afdeling ‘Design’! Die ruimte voor medium-onafhankelijk denken miste ik juist bij KRONCRV.  Maar gelukkig bemerkte ik wel grote behoefte aan CMD’ers toen ik daar in gesprek was over de nieuwe journalistieke portal ‘InCntxt‘ die straks NPO Journalistiek gaat heten.

De Belastingdienst?
Een van de cases bij het vak Media Analyse voor Content-specialisatie-studenten gaat over de digitalisering bij de Belastingdienst. Studenten denken na over welke dilemma’s hier een rol spelen en wat hun rol zou zijn wanneer zij daar in dienst zouden zijn.

Wat technologie voor onze studenten eigenlijk betekent
Tijdens gesprekken over hun ontwikkeling wat betreft het analyseren van het huidige medialandschap, vertelde meerdere derdejaars dat ze technologie enerzijds meer zijn gaan omarmen (als professional) en anderzijds als persoon met een verminderde vanzelfsprekendheid kijken naar, en omgaan met diezelfde technologie. Zoals een studente het ongeveer verwoordde:

“Ik ben erachter gekomen dat de manier waarop technologie nu gebruikt wordt, ons heel veel vertelt over waar behoefte aan is in onze samenleving.”

En met dat inzicht zag ze weer praktische toepassingen tijdens haar werk als CMD’er. Rolf Coppens van interactief ontwerpbureau Grrr waarschuwt dan ook dat beginnend designers niet die luxe hebben om te kunnen ‘uitzoomen’ in de praktijk. Zijn designers zijn 80% van hun tijd ‘gewoon aan het ontwerpen’ en gemiddeld minder dan 20% bezig met onderzoek, customer journey’s  en persona’s. Moeten dan die media & technologie niet bekeken worden, maar vooral gebruikt?

3. STARTUPS
De journalistieke tuin in
Na mijn bezoek aan Ranj ging ik langs bij A-Lab in Amsterdam, waar De Correspondent is gevestigd. Ik was gevraagd mee te denken over innovatie en interactie op hun platform. Ze gebruiken er een metafoor van ‘de tuin’, waarin een correspondent werkt, en waaruit de redactie artikelen ‘plukt’. Daarnaast heeft De Correspondent zich altijd neergezet als ‘het medicijn tegen de waan van de dag.’ Combineer die tuin en dat medicijn eens, stelde ik voor, en kijk eens hoever je kunt gaan in de vertaling daarvan voor toepassingen op het platform , zowel in vorm als inhoud.

Ik kwam er niet helemaal uit daar. Waarom?

Groot gemis
De verantwoordelijke voor het onderzoek naar mogelijke innovaties bij De Correspondent, is een student Journalistiek van onze faculteit. En het is goed dat een journalist juist met die vernieuwing bezig is. Maar ik vind dat daar (op z’n minst ook) een CMD’er moet zitten. Mijn grootste gemis is dat het ontbreekt aan creatieve vormen voor de verschillende artikelen. Harald Dunnink (ontwerper van Momkai) beloofde in de opstartpromo (v.a. 3:00) ooit dat verhalen gemaakt zouden worden vanuit een samenwerking van schrijver, ontwerper en programmeur. Wat we kregen zijn weliswaar interessante artikelen, maar altijd erg traditioneel: (lange stukken) tekst met illustratie en af en toe een video.

Mijn 60 euro heb ik betaald om niet zozeer het initiatief an sich te steunen, maar omdat ik er van overtuigd was dat De Correspondent zou experimenteren met nieuwe vormen. Dat zij de sneeuwbal zouden laten rollen; dat dit de Firestorm, de Snowfall van Nederland zou opleveren. Nog niet eens per se bij henzelf, maar in ieder geval om de competitie op scherp te zetten en uit te dagen.

Meet the innovators
En misschien is dat laatste wel een beetje gelukt, merkte ik op tijdens het congres Meet the innovators: een speciaal georganiseerde middag voor journalistieke innovaties op 27 maart, waar bijv. een nieuw startup-project binnen TMG werd aangekondigd en waar Peter Vandermeersch (NRC) vertelde over hun online-experimenten met hun zogenaamde Berry’s – vernoemd naar de Berry van Aerle special.

Overigens schijnen de projecten als Snowfall (New York Times) en Firestorm (The Guardian) niet bijster veel lezers/ kijkers gehad te hebben, maar die doelstelling vind ik minder van belang als het gaat om inspiratie voor storytelling, contentcreatie en inzet van nieuwe technieken. Want de journalistieke wereld heeft er wel degelijk naar gekeken!
En ik zelf ook: ik werk naast mijn CMD-lespraktijk aan een eigen startup genaamd ‘immrs‘, een rustige tabletreader voor persoonlijke vragen bij het nieuws’.

En misschien wil Rob Wijnberg – in lijn met het tegen de waan van de dag ingaan – ook niet teveel meedoen met allerlei vorm-experimenten. Maar feit blijft wel dat dit project uniek is door zijn gecrowdfundete start en het gegeven dat er volledig digitaal gepubliceerd wordt. Ofwel: ruimte genoeg daar voor meer CMD’ers!

4. ZZP’ERS
Creatief platform
Als laatste mogelijke soort werk(plek) voor een CMD’er vind ik de nieuwe ontwikkeling bij het Utrechtste Buro O interessant. Waar overigens een CMD’er aan het afstuderen is, en een ander een bijbaan heeft. Buro O (gevestigd aan de kop van de A’damse Straatweg) werkt aan een transformatie om zichzelf neer te zetten als netwerk-organisatie:

“Voor een derde metamorfose wil zij zich neerzetten als ‘creatief platform’. O heeft de visie dat het bureau van de toekomst een open bureau moet zijn, waar veel verschillende creatieve disciplines samenkomen en waar op een interactieve manier wordt samengewerkt. Het bureau werkt samen met veel verschillende gespecialiseerde partners en freelancers. Van copywriters, tot webdesigners en social-media specialisten. De kwaliteit van dit netwerk bepaalt grotendeels de kwaliteit van het werk dat door O wordt gemaakt.”

Is dit de toekomst voor designers – gaan ze hier werken als zelfstandige, of worden ze daar in dienst genomen?

NO MATTER WHERE
Wat ik als uitgangspunt voor designstudenten pas echt belangrijk vind, ontdekte ik afgelopen week bij onze huidige eerstejaars ‘interactive’. Zij presenteerden hun met gebruikers geteste prototypes voor educatieve apps. Er valt op elk onderdeel van het ontwerp en hun presentatie wel iets aan te merken, maar niet op het volgende:

  1. design reviews: dat ze hebben ervaren wat het je oplevert om onaffe ideeën, schetsen en mockups voor te leggen aan elkaar,
  2. user testing: het nog belangrijkere besef dat wanneer je met gebruikers praat en ze jouw ontwerpen voorlegt, dat dat superspannend en pittig is, dat dat regelen best een opgave is, maar dat je daarna wel veel beter weet waarom en wat er aan je ontwerp wel of niet gaat werken.
  3. leren begrijpen van mensen: misschien wel het allerbelangrijkste besef als eerstejaars-student is, zo hoorde ik: er is eigenlijk niemand die mij en mijn ideeën precies begrijpt. En dat heb ik pas begrepen doordat ik anderen, die niet zo zijn als ik, heb leren begrijpen.

Denk je dat deze eerstejaars over 4 jaar ook naar Texas gaan, en dan ook zeggen dat ze niks nieuws horen? En hebben wij daar dan als designopleiding met onze cursussen voor gezorgd? En hebben wij ze dan opgeleid voor:

  • een baan, of voor
  • een soort bedrijf, of voor
  • een manier van denken en werken?
  • Of iets anders?

Amazon Dash
Probeer die laatste vraag maar eens te beantwoorden aan de hand van de totstandkoming van dit nieuwe, interessante apparaat van Amazon – de Dash:
http://www.wired.com/2014/04/amazon-dash/

Amazon Dash