Touching the news – wanneer journalisten hun lezers aanraken, en zij hen

headerAppleWatch-brokenglass

Don’t worry. Ondertussen is deze smartwatch alweer gerepareerd.

Waarschijnlijk verbaast het u niet, maar wij Nederlanders raken elkaar veel minder (sociaal) aan dan de meeste andere Europeanen en wereldburgers. Gijs Huisman, momenteel bezig met promotie-onderzoek naar ‘social touch technology’, vertelde tijdens de eerste Internet of Touch-salon dat:

“Nederland kan worden beschouwd als een ‘low-touch’-land.”

Niet veel ogenblikken later zaten wij, wildvreemde doch zeer geïnteresseerde bezoekers van de salon, elkaar fysiek aan te raken en raadde ik welke emoties mijn salonpartner aan mij probeerde te communiceren, in opdracht van diezelfde promovendus. (‘Sympathie’, zo bleek, is overigens lastiger te interpreteren bij de ontvangers dan ‘boosheid’.)

Lees verder

Nieuws: hacking the dead on arrival, forever

Dit stuk beschrijft niet hoe het medialandschap verandert, maar hoe het landschap meer als een heelal is: het dijt uit en uit en uit. Nu de meeste nieuwsorganisaties de nodige stappen naar web en mobiel hebben gemaakt (nou ja, soort van), is ‘het landschap’ alweer verder getrokken richting broadcast social, narrowcast messaging en conversational chapps. En is e-mail daarnaast aan een renaissance bezig. Wat dit allemaal inhoudt, beschrijf ik hier aan de hand van voorbeelden en artikelen, gevonden voor u op het web en besproken met key players.

Lees verder

Nieuws in tijden van the Internet of Things

Deze blogpost verscheen eerder op www.journalismlab.nl

Het is 2015, je reist bijvoorbeeld met het openbaar vervoer naar je werk of studie. Tijdens je reis, die al begint bij het opstaan, vragen tientallen berichten om je aandacht. Via verschillende schermen komen ze tot je: als je je ogen nog maar net open hebt, check je je smartphone, (soms) radio, televisie en -steeds minder vaak- een ouderwetse papieren krant. Vervolgens krijg je reclame- of overheidsboodschappen tot je in de openbare ruimte. Via een abri bij de halte of op het perron of op een scherm in de bus, trein of tram. Tussendoor kijk je nog een aantal keer naar je eigen smartphone, en gebruik je 3 a 4 apps hooguit om berichten te checken. Een enkeling kijkt tijdens deze reis op haar slimme horloge, al is dat anno 2015 nog verre van gebruikelijk…

“Als ik letterlijk via mijn pols kan voelen dat jij gestresst bent, dan stuur ik mijn relaxte hartslag gewoon aan je terug. Ik denk wel dat dat helpt.”

Het is 2021, je reist met het openbaar vervoer naar je werk of studie. Tijdens je reis, die al begint bij het opstaan, vragen tientallen berichten om je aandacht. Maar dit keer niet alleen via schermen. Nee, de berichten bereiken je ook via aanraking, je kunt ze proeven, je voelt ze, je ruikt ze en hoort ze. En je krijgt die berichten niet alleen via meerdere zintuigen binnen, nee, je verstuurt ze zelf ook op al die nieuwe manieren, met alles en iedereen.

tcams15_headerlogo

Hier op ThingsCon2015 in het Volkshotel in Amsterdam (ja, het oude Volkskrantgebouw) is dit laatste scenario verre van toekomstmuziek. Lezingen, workshops en pitches gaan over de wereld van fysieke objecten (things) die door middel van sensoren en een internetverbinding met elkaar, met mensen en met organisaties in verbinding staan.

Eerst vragenstellen, dan innoveren
Waar je in eerste instantie zou verwachten dat op een evenement als deze, vol programmeurs, designers en techneuten, vooral crazy ideas en ongekende mogelijkheden worden besproken in ongebreideld enthousiasme, valt hier vooral ook op dat niet rücksichtslos in louter technische mogelijkheden wordt gedacht en gesproken.

De talks gaan dan ook over:

  1. Begrip voor nieuwe systemen bij gebruikers
    Wat zullen gebruikers de eerste paar jaar wel en niet begrijpen van deze nieuwe systemen, waarbij interacties tussen hardware, software en services nieuwe uitdagingen met zich meebrengen, voor zowel bedenkende partijen als gebruikers? Een veelgebruikt (en beschouwd als ‘goed’) voorbeeld tijdens deze dag, is de Nest-thermostaat, die op internet aangesloten is, en je met een app kunt bedienen.
  2. Vertrouwen is essentieel
    De realisatie en het succes van echt waardevolle toepassingen en het gebruik ervan, zal vooral op vertrouwen gebaseerd zijn. Hoe ontwerp je voor vertrouwen? De leverancier van de nieuwe, connected devices en services zal op meerdere terreinen moeten laten zien dat jouw fysieke spullen blijven werken, veilig zijn en dat jouw dierbaren niet in gevaar kunnen komen door jouw acties.
    Denk hier maar eens aan: als je je stoel, je plant, auto en winterjas op internet aansluit, wie kunnen daar dan nog meer bij en/of invloed op uitoefenen? Wat gebeurt er als jouw persoonlijke leefomgeving en voorwerpen ‘op internet gaan’. Wat doen ze onderling? En waarom zou je dat dan willen? Welk gemakt dient het uberhaupt? De VTech-hack wordt een paar keer aangehaald.
  3. Gedragscode voor ontwikkelaars
    Bedenkers/bouwers/ontwerpers moeten bij al hun ideeen starten met een code of ethics. Mooi samengevat in het IoT Design Manifesto.De kritische en reflectieve vragen komen vooral ook in de presentatie van Paul Hekkert naar voren. Hij is hoogleraar vormtheorie aan de faculteit Industrieel Ontwerpen Technische Universiteit Delft. Immovator tekende zijn woorden op in hun verslag:

    “Waar willen we dat het naar toe gaat? [Paul Hekkert] haalde de Self Determination Theory aan en benadrukte dat het, naast het experimenten, ook belangrijk is om soms op een ander niveau te reflecteren op de ontwikkelingen. Wat voor impact heeft de techniek op onze competence, autonomy en relatedness? Het is zeer nuttig om te spelen met de nieuwe techniek en nieuwe kansen te ontdekken, maar vergeet niet om ook af en toe stil te staan bij de reden waarom we dingen doen.”

 

Heerlijke nieuwe connected wereld?
Desalniettemin is het inderdaad ook heerlijk om door te denken over wat al deze nieuwe mogelijkheden voor de journalistiek en andere domeinen kunnen betekenen. Zo liet ik mijn lichaam 3D-scannen zodat mijn kledingadvies relevanter wordt en what-to-wearkeuzestress straks verdwijnt.

De schoppende baby – voelen in en buiten de buik, op afstand
Bij de workshop Connected bodies bedachten we de Babybonder, waarbij een zwanger koppel door middel van speciale connected en haptic t-shirts de fysieke zwangerschapservaring deelt met elkaar.

En de journalistiek?
Beeld je het volgende eens in: tijdens het ontbijt en het douchen wordt je bijgepraat door je audio-volgsysteem. De inhoud en vorm ervan zijn aangepast op jouw gedrag, stemming en fysieke locatie, zowel binnenshuis als buiten. Het belangrijkste nieuws komt van je vrienden, sociale netwerk van peers en dat wat vroeger voor journalistiek doorging. Maar niet meer via die op de massa gerichte print-editie of speciale app, maar voorgedragen door je favoriete stem. Voor jou samengevat, op jou afgestemd, en misschien wel geprint op je kleding. Bij een protestverslag voelt je de hartslag van de reporter en actievoerders. Je kleding spant zich aan. De temperatuur in je jas daalt.

Dit is wat je vandaag moet weten … en dragen!
En terwijl jouw nieuws zich in alle dimensies personaliseerde en jij onder de douche stond, is je spijkerbroek in gesprek gegaan met de rest van je garderobe op basis van het weer, je gemoedstoestand en het soort afspraken dat je vandaag hebt. Je gaat weg en vergeet de thermostaat lager te zetten, maar eigenlijk was dat ook niet nodig. Hij detecteerde al dat je weg was, en trouwens: hij weet doorgaans hoe laat je deur uitgaat op vrijdag.

In de bus starten je sokken een gesprek met de laarzen van je mede-passagiers, en wisselen uit welk nieuws hun drager (jij) al hebben geconsumeerd. Zo krijg je tips om eventueel een gesprek te starten op basis van wat jullie allebei al weten -of juist nog niet- van die belangrijke gebeurtenis in Canada. Je krijgt feedback over wie er fit is in je omgeving op het moment en hoe dat is gelukt. Je broekriem trilt als je langs een goedkope gym komt en bewaart een aanbieding in de cloud. Je tas bewaart een tip over waar die ene gezonde persoon zijn recepten vandaan haalt. Als je later die dag in de supermarkt komt, licht je tas op als je de benodigde ingredienten nadert.

Op basis van nieuwe informatie over wegopbrekingen op je route straks, geven je schoenen aanwijzingen voor een ander pad met de fiets vanaf het station.

Finally, wat de journalistiek zich dient te beseffen…
En ergens in de nabije toekomst, in deze al dan niet realistische scenario’s, zullen ook nieuwsorganisaties opnieuw moeten strijden voor een plekje in het ritme van de lezer/voeler/ruiker/proever/luisteraar. Net als in 2015. Maar dan met nog meer platformen, nog meer apparaten, nog meer objecten en nog meer onverwachtse concurrenten. Met nieuwe kansen en nieuwe bedreigingen. En vooral opnieuw uit te vinden en aan te passen routines. En met een onveranderde taak en dezelfde missie als altijd.

waarom deze video an sich niet werkt

“Ik ben geen groot fan van TEDx. Er is iets mis mee…”

In het hol van de leeuw mocht ik op donderdag 17 april in de Stadsschouwburg in Utrecht vertellen waarom TEDtalks niet werken volgens mij – en volgens wat wetenschappelijk onderzoek. En dan ook nog eens op het podium bij … TEDxUtrecht!

Bron: TEDxUtrecht – Flickr

Waarom dan wel een praatje?
Een aantal opdrachtjes, een ritje op een OV-fiets en een spannend ruilmoment later, bleken de meeste mensen zich goed gedragen te hebben, tot ver na mijn talk. Ondanks die grote, zenuwachtige vraag of de portemonnee, de trouwring, het nummertje voor de jas of de Samsung Galaxy smartphone wel terug zou komen.

Hebben zij hun precious object al teruggekregen...?

Hebben zij hun precious object al teruggekregen…? Bron: TEDxUtrecht – Flickr

Kijk-eis:
je mag deze video alleen kijken als je er daarna ook echt iets mee doet. Anders blijft het misgaan met TEDx…

Krijg je geen genoeg van kritiek op TED, lees dan deze twee stukken:

En uiteraard wil ik de organisatie van TEDxUtrecht bedanken dat ik hun podium mocht gebruiken om dit verhaal te vertellen en te practicen what I preach. En many thanks to Joni Bais van Great Communicators voor het perfectioneren van mijn verhaal.

Waarom NetFlix interessanter is dan Whatsapp

Afgelopen week, vroeg ik me af, na het kijken van de eerste nieuwe afleveringen van House of Cards Seizoen 2, hoe zo’n lancering/live-event eigenlijk gaat. Heel Twitter scheen in rep en roer om 37 minuten na middernacht, toen in afl.1 iets onverwachts gebeurde. Lees verder wanneer je geïnteresseerd bent in:

  • a) content,
  • b) user experiences,
  • c) storytelling
  • d) big data
  • e) visual design
  • f) het concept audiovisueel drama anders aanpakken, of
  • g) all of the aforementioned en meer…

Anyway, voor de leek: op vrijdag 14 februari ging het 2e seizoen van de serie House of Cards ‘van start’ via NetFlix. 40 miljoen subscribers around the world begonnen te kijken. Gewoon in een keer alle 13 afleveringen achter elkaar kijken. Niks wachten, niks schaarste. Kijken, aan een stuk. Binge watching!

En het instant succes was geen complete verrassing voor NetFlix want:

“House of Cards was obviously a big bet for Netflix,” Joris said. “But it was a calculated bet because we knew Netflix members like political dramas, that they like serialized dramas. That they are fans of Kevin Spacey, that they like David Fincher.”

Met dit soort intelligence, aan de hand van realtime en vastgelegde gebruikersdata wordt nieuwe content gemaakt. Interesting, maar ook creepy. Want Evgeny Morozov vindt het eng, want zo krijgen we nooit meer drama waar we NIET van wisten dat we er van zouden houden, aldus de Wit-Rus.

Enfin.

Dit korte artikel met audio-sfeerverslag vanuit de NetFlix-warrroom geeft je een bijzondere kijk op dit NetFlix-‘fenomeen’.

http://www.marketplace.org/topics/business/what-happens-netflix-when-house-cards-goes-live

Want lieve lezer, die toekomst van televisiekijken (en produceren), via NetFlix, die blijft verbazen. Ik haal er twee dingen voor je uit:

Edberg said the last time House of Cards launched, the engineers figured out that the entire season was about 13 hours.

“And we looked to [see] if anybody was finishing in that amount of time,” Edberg said. “And there was one person who finished with just three minutes longer than there is content. So basically, three total minutes of break in roughly 13 hours.”

“We monitor what you watch, how often you watch things,” Evers said. “Does a movie have a happy ending, what’s the level of romance, what’s the level of violence, is it a cerebral kind of movie or is it light and funny?” … Networks like HBO still rely, on large part, on Nielsen data. But the information Netflix gets is much more textured, granular… and valuable.

Je hoeft niet te kijken, maar het lijkt me op z’n minst iets om over na te denken. Er zit voor elk wat wils in.

En dan, tsja, Whatsapp. wat moet ik daar nog over zeggen. T’is gewoon minder interessant op de langere termijn, dit gegeven. Denk daar maar eens over na.

Een kijkje in het kloppend hart van de nieuwe journalistiek

“We zitten zelfs te denken aan toepassingen voor in de rechtszaal, of een product voor medisch specialisten”

Terwijl we eind september door een zonovergoten centrum van Amsterdam lopen, vertellen Maarten van Dun, Coen van de Ven en Charif Mews van NewPaper met welke ideeën zij spelen voor hun vernieuwende journalistieke producties. Ze hebben me zojuist het Nieuwsatelier laten zien, waar ze anno 2013 samen met andere journalistieke start-ups het kloppend hart van de Nederlandse journalistiek vormen.

NewPaper won afgelopen jaar, samen met JOB en LocalFocus, 60.000 euro met de wedstrijd The Challenge – Reinventing Journalism. NewPaper ziet zich als ‘een kweekvijver […] voor toptalent van verschillende opleidingen in Nederland. Journalistiek talent komt samen met creatief, technisch en commercieel talent.

Initiatieven als Follow the Money, Sargasso, DNP en ook Newpaper zijn hier, startup-style,  samengebracht

Initiatieven als Follow the Money, Sargasso, DNP en ook Newpaper zijn hier, in een oud naai-atelier aan de Nieuwe Uilenburgerstraat in Amsterdam, startup-style samengebracht

In het atelier huizen o.a. Follow The Money, Sargasso, DeNieuwePers / ThePostOnline en LocalFocus. Hier hebben zij allemaal, met behulp van het Stimuleringsfonds voor de Pers, werkruimte en financiering gevonden om hun journalistieke droom te realiseren. Geheel in incubatorstyle ‘voor onderlinge samenwerkingen en uitwisseling van ideeën.’

Als we even later aankomen op de Nieuwmarkt, een terrasje uitzoeken in de zon en muntthee bestellen, gaan de laptops open. Coen toont vormgevings- en interactie-ideeën voor een crossmediaal item voor de Wereldomroep. Charif laat een nieuwe blogtool zien genaamd Ghost, die is opgezet door een oud-Wordpress-developer, en somt daarvan de mogelijkheden op voor reporters in landen waar smartphones geen gemeengoed zijn en mobiele data prijzig is. Met de komst van Charif heeft NewPaper klaarblijkelijk een echte dataman en programmeur in huis gehaald – een ‘supernerd’ (in hun eigen woorden), maar vooral ook een enabler voor nieuwe mogelijkheden.

Want wat de invloed is van een technoloog op twee journalisten, merk ik aan de geïnspireerde toon waarmee de heren op het terras voorbeeld na voorbeeld opgooien, en al pratend elkaars ideeën verder brengen. De nieuwe journalistiek is volgens NewPaper dan ook gebaseerd op een mix van verhalen vertellen, design, techniek en verdienmodellen. En het maakt hen niet uit wie er met een verhaal-idee of onderwerp komt. En ook niet als er wordt gestart vanuit een technische mogelijkheid. En verschil tussen de traditionele journalist of bijvoorbeeld een gamesblogger bestaat volgens hen al helemaal niet meer – deze heren omarmen de mogelijkheden in plaats van ze als gevaren te beschouwen.

En daarmee heeft deze startup de journalistieke toekomst duidelijk voor ogen. En een opdrachtgever om het mee waar te maken.

Full disclosure: bij de cursus ‘Redactie Krant van de Toekomst” had ik de eer om als gastdocent bij de School voor Journalistiek in Utrecht te mogen werken met de bedenkers van NewPaper.

How to recognize the future… – afstudeerspeech CMD Utrecht 2013

(Hier de integrale speech voor de allereerste lichting afgestudeerden van CMD Utrecht, zoals gehouden op 11 juli 2013)

Dag proefkonijnen, welkom pioniers!

En natuurlijk ook: welkom ouders, vrienden & familie, gewaardeerde collega’s!

Hier staan bij elkaar ongeveer 65 afgestudeerden. Afgestudeerden die door ons zonder meer als pioniers beschouwd worden, maar die zelf weleens het gevoel hadden proefkonijnen te zijn. Toegegeven: daar hebben jullie best een beetje gelijk in!

Maar jullie, beste afgestudeerden, hebben de proef glansrijk doorstaan: jullie zijn namelijk de eerste lichting van CMD Utrecht. En natuurlijk kon het af en toe best een beetje rommelig zijn. En het kon soms ontbreken aan goede voorgangers. Maar ik ben ervan overtuigd dat jij juist sterker bent geworden. Sterker door veel zelf uit te zoeken, sterker door de vrijheid te kiezen binnen de opdrachten, sterker door mee te denken met je opleiding. En het is deze houding die je tot pionier maakt: niet alleen de afgelopen vier jaar, niet alleen nu, maar juist ook voor de toekomst.

Beste afgestudeerden, kom daarom allemaal aan de pionierszijde staan.

“Het is niet zozeer de kennis die jullie in ons stoppen bij CMD, maar dat wat jullie stimuleren om uit onszelf te halen!”

Wie van de niet-CMD’ers is hier benieuwd hoe de wereld er in pakweg 2023 uitziet, qua media, communicatie en technologie?

Dat treft, want wij bevinden ons hier in het zeer luxe en exclusieve gezelschap van een groep young professionals die ons die toekomst kunnen schetsen en uitleggen. Het zijn deze pioniers die het eerste hoofdstuk voor de aankomende 10 jaar namelijk al hebben geschreven…

# 10 JAAR GELEDEN
In de zomer dat ik afstudeerde als Master of Interactive Media, precies 10 jaar geleden, las ik dit boek – “Smart Mobs” – van Howard Rheingold – the next social revolution. Het ging over de mediatoekomst die zou komen. En die wilde ik als beginnend ontwerper natuurlijk heel graag leren kennen.

In dat jaar – 2003 – bestonden veel media zoals we die vandaag kennen, nog helemaal niet. Er was geen interactieve televisie. Hyves was er nog niet, Facebook al helemaal niet, Twitter niet, YouTube niet, zelfs MySpace niet. Een paar mensen hadden misschien een TomTom. De Free Record Shop bestond nog wel, en we huurden ook nog videobanden en DVD’s bij een heuse videotheek. Er waren geen smartphones of tablets, en al helemaal geen slimme brillen of horloges. We konden onze screens wel touchen, maar die interactie leverde alleen vette vingers, vlekken en krassen op. We moesten het doen met relatief zware computers, met een muis en toetsenbord, en zonder mobiel internet op locatie. Onwetend wat er aan zat te komen.

Enfin, 10 jaar geleden waren veel van onze huidige media-, technologie en communicatiemiddelen nog helemaaaal niet uitgekristalliseerd en ontwikkeld, maar bestonden wel al als idee…

Nieuwe media-denker Howard Rheingold beschreef die ideeën in zijn boek Smart Mobs. Hij beschreef wat nieuwe media, nieuwe technologie en nieuwe vormen van communicatie voor mens, maatschappij en merken zou gaan betekenen. Alleen die mensen, de merken, de spelers, de apparaten en de revoluties moesten nog een naam krijgen. Die hebben ze nu, 10 jaar later. Noemt u ze maar (Apple, Facebook, iPad, iPhone, Arabische lente, Twitter).

# TOEKOMST IS AAN JOU
En nu is het juli 2013 , beste afstudeerder, en staan we weer aan zo’n vooravond van een nieuwe toekomst. Waarom heb ik het steeds over het schrijven van een hoofdstuk? Dat komt door de intrigerende titel van het eerste hoofdstuk van Rheingolds’ boek. Die luidt namelijk:

“How to recognize the future when it lands on you?” Hoe herken je nou die toekomst als hij op je neerkomt?

Vandaag en hier, beste afstudeerder, start ook jouw nieuwe hoofdstuk. En dat is niet hoofdstuk 1, maar hoofdstuk 2! Je hebt hoofdstuk 1 namelijk al af. En ik hoef je niet te vertellen wat er in jouw hoofdstuk staat: dat weet jij namelijk zelf heel goed, want jij zit boordevol met die ideeën, die je nu verder gaat uitdenken en ontwikkelen. Jij bent degene die de komende 10 jaar van vooruitgang gaat ontwerpen!

En om zover te komen, om dit eerste hoofdstuk te hebben kunnen schrijven, heb je hard moeten werken… Staat u mij allen toe om kort te belichten wat de afstudeerders zoal hebben gedaan om hier uiteindelijk te staan.

# TERUGKIJKEN OP PIONIER/PROEFKONIJN
Want jij afstudeerder, begon vier jaar geleden aan een onzekere toekomst. De opleiding Communication & Media Design aan de Hogeschool Utrecht ging samen met jou op ontdekkingstocht. En bij ontdekkingstochten, bij experimenten, bij mensen die durven te innoveren, hoort natuurlijk die kwalificatie ‘pionier’.

# EIGEN INBRENG
En wat wij als team altijd zo aan jou, beste CMD’er, hebben gewaardeerd, is je eigen inbreng. Je nam ontzettend veel mee naar binnen. Jouw kennis, jouw werk, jouw persoonlijke creaties: uit een hobby, een bijbaan of vorige studie – je had het in je tas zitten.

Je nodigde gastsprekers uit. Nam familie mee. Nam spullen mee. Veel spullen – herinner je je de grabbelton-opdracht nog bij de animatie voor Creative Jaar1 ? Herinner je het sjouwen met camera’s, tekenmappen, inkt en potloden nog? En weet je nog dat je zoveel persoonlijks moest meenemen voor dat bijzondere vak Creatief Denken, in Jaar2? Nam vrienden mee in speciale outfits voor je presentatie, je stagebegeleider nodigde jij uit voor een lezing. En wij docenten hebben huisdieren voorbij zien komen, dekbedden, chocoladevla, tandpasta om teksten mee te schrijven, we zagen vreemde apparaatjes als Arduino’s en MakeyMakey’s die je aan ons demonstreerde. We zagen popup-boeken, apps, geprinte magazines en interactieve sokken, en nog veel meer moois.

Alles uit de kast voor een goede beoordeling? Misschien. Maar vooral ook omdat je die vrijheid had, als pionier – je kreeg het of je nam het. En je verraste ons. Steeds weer.

Een CMD-student zei een paar weken geleden heel treffend tegen me:

“Het is niet zozeer de kennis die jullie in ons stoppen bij CMD, maar dat wat jullie stimuleren om uit onszelf te halen!”

Zo hadden jullie bijvoorbeeld geen intro-kamp, maar zetten jullie deze wel op voor de volgende lichting.

Jullie hadden geen voorgangers die jullie konden helpen, maar jullie vulden wel altijd netjes de feedbackformulieren in… en hoorden vervolgens dat een cursus helemaal op de schop ging voor volgende jaar.

En waar wij wellicht soms iets te kort schoten, daar vulde jij rijkelijk aan. En waar wij je hebben aangejaagd; heb jij jezelf nog vaker uitgedaagd. En met die houding, om aan te vullen, uit te dagen, en elkaar te versterken, daarmee ga je ver komen, zowel als eigen ondernemer of bij je startup. Zowel bij creatieve bureaus, als op ontwerp- en communicatie-afdelingen.

Als pioniers hadden jullie nog geen pool van stage-of afstudeercontacten. Maar je hebt je stage en afstuderen wel mooi geregeld. En het is ook op die plekken geweest, tijdens die momenten, waar jij naar buiten toe duidelijk maakte: ik ben een CMD’er, en dit ben ik waard!

# HOUDING VOOR DE PRAKTIJK
En het is die attitude, die kennis, die skills die jou hebben gemaakt tot de pionier waar de beroepspraktijk op dit moment zo’n behoefte aan heeft.

Laat je niet ontmoedigen door de huidige economische toestand. In Vrij Nederland van afgelopen mei, stond een intrigerend stuk met de titel: “Is de creatieve klasse nog te redden?” Diverse onderzoekers, creatieven en hoogleraren kwamen aan het woord, om te melden: “het zijn sombere tijden voor journalisten, fotografen, boekverkopers, ontwerpers, architecten en dansgezelschappen. De creatieve beroepen staan onder immense druk. “

Maar, zo stond in het artikel ook te lezen…. voor interaction designers, communicatie- en media-ontwerpers is de toekomst juist wel rooskleurig. Zij zijn het die als crossmediale regisseurs, op verschillende niveau’s, in multidisciplinaire teams kunnen denken en werken. En in elke denkbare industrie wordt de soort dienst die onze CMD’ers kunnen leveren, steeds waardevoller.

Er is dus werk genoeg te doen..

#JE BENT ER KLAAR VOOR …
En dat je hier nu staat, bewijst dat wij vertrouwen hebben dat jij dat werk ook aankunt. Dat we vertrouwen hebben in jouw toekomst. Howard Rheingold zag de toekomst in Tokyo, Japan. Maar wij, dames en heren, hebben hier de unieke gelegenheid om de toekomst om ons heen te kunnen zien. Kijk maar eens naar deze bright young ones, kijk maar eens naar die lichtjes in hun ogen. Volg ze maar, deze jongedames en -heren: zij zijn namelijk al bezig met hoofdstuk 2.

Straks, na deze dag, beste afstudeerder, ga je misschien een paar dagen lang luieren of uitslapen. Wellicht ga je reizen, doorstuderen of werken. Maar weet dan, bij wat je ook gaat doen, dat wij zowel je pionieren als je experimenteren heel erg gaan missen. En alles wat je hebt gedaan, gemaakt en gebracht om de lessen, samen met je docenten en je medestudenten, tot waardevolle en bijzondere bijeenkomsten te maken.

Laten we proosten:

  • Op deze smart mob van designers!
  • Op de pioniers van hoofdstuk 1.
  • Op de experimenten die gaan volgen voor hoofdstuk 2.
  • En op degenen die ons gaan laten zien en uitleggen hoe de toekomst er uit ziet: de lichting CMD Utrecht 2013!!!

Succes met alles wat je gaat doen. Je bent er meer dan klaar voor!

Ommuurd en afgeschermd – gevaarlijke gedachten voor toekomstige interacties

“Je moet ‘gevaarlijk denken’.”

Niemand minder dan VPRO’s Frank Wiering vertelde donderdag 17 januari aan ons – masterclassers van Sandberg@Mediafonds – dat bovenstaande een belangrijke eigenschap is om origineel en nieuwsgierig te zijn, zeker voor de makers van ‘zijn’ Tegenlicht.

Ook andere sprekers als @casparsonnen (IDFA Doclab), @joostoranje (Nieuwsuur), @jburkunk (BNN Nieuwe Media) en @YoeriAlbrecht (De Balie) gaven ons food for thought met visies, trends, ideeën, tips en voorbeelden w.b. hun specifieke vakgebieden. Deze blogpost getuigt van het feit dat op deze dag de aanwezige personen en gesprekken me tot het volgende triggerden…

Aantekeningen bij 1e masterclass van Sandberg@Mediafonds

Zo’n gevaarlijke gedachte waar Wiering het over had, is bijvoorbeeld de vraag stellen wie er in Amerika baat heeft bij een nieuwe oorlog. Door deze methode te gebruiken werd o.a. de Carlyle group een interessant onderzoekssubject voor een Tegenlicht-aflevering.

Gevaarlijke Zweed?
Een ander gevaarlijk idee dat me triggerde: “De mens is op aarde om de technologie vooruit te helpen”. Het betreft hier een stelling van een Tegenlicht-journalist, die -zo vertelde Wiering- vervolgens in zijn onderzoek hiernaar stuitte op Nick Bostrom: een Zweedse wetenschapper en invloedrijke denker op het gebied van onze toekomst. Het is niet verwonderlijk dat Bostrom, o.a. directeur van Oxford’s Future of Humanity Institute, technologie een grote rol toedicht voor onze toekomst. Samen met o.a. Ray Kurzweil zit hij ook bij de ‘Humanity +‘-club, ‘dedicated to elevating the human condition‘. En om zogeheten ‘humans+‘ te kunnen worden, dienen we eerst een aantal middelen te hebben gerealiseerd. Welke middelen dat zijn ligt hij toe in deze TED talk uit 2005:

Innovatie versus technologie
Maar technologie staat niet gelijk aan innovatie, zo leerde ik vorige week in The Economist, in het artikel ‘Innovation pessimism – Has the ideas machine broken down?’:

Innovation and technology, though talked of almost interchangeably, are not the same thing. Innovation is what people newly know how to do. Technology is what they are actually doing;

Alhoewel hier al de ‘what’- en ‘how’-vragen beantwoord worden, blijft de interessantste natuurlijk over: ‘why’. Waarom zal juist technologie ons helpen om waardevol te kunnen innoveren? Of, meer in Bostroms jargon: waarom is technologie de key-ingredientto elevate the human condition’?

Toekomst van interactieve technologie
Die vraag is lastig en zeer beperkt te beantwoorden. Een groep technologie-enthousiasten (user experience en interaction designers) durft het echter wel aan. In de 18-minuten-durende documentaire Connecting vertellen zij over de toekomst van technologie en interactie:

De 8 belangrijkste punten uit deze docu volgens Mark Wilson:

  1. Our phones demand too much attention, detracting from our real experiences.
  2. Analog metaphors are making less sense on digital devices.
  3. We’re waiting for new paradigms in experiencing media like text on screens.
  4. UX is a living, somewhat unpredictable thing. All experiences need to be fluid and flexible now.
  5. You shouldn’t just try to understand a product. You should try to understand its connected network.
  6. An “Internet of things”–countless connected sensors–is coming (and here).
  7. All of our information feeds into something larger than ourselves, a “superorganism” or “colony” of digital information.
  8. The hive mind got so big that greater Internet thought is now manifesting locally (think Egypt’s uprising or Occupy Wall Street).

Zo gesteld gaat de technologie van de toekomst ons helpen om de technologie van de toekomst niet te zien als technologie, maar wel als… ja, als wat eigenlijk? Technologie verweven met fysieke en digitale objecten. Technologie die leeft. In een ecosysteem, als superorganisme, ‘fluid & flexible’. 

Ik vind dat we, nog voordat het grote publiek zover is, we ons als makers een paar vragen moeten stellen en mogelijke scenario’s dienen uit te denken. Hoe gaat die technologie zich dan manifesteren, hoe en waarmee gaat het ons dan precies helpen, wat zijn dan die ‘real experiences’, en: waarom willen we dit dan eigenlijk?

De interface als muur en masker
Zoals ook in ‘Connecting‘ wordt gezegd, zijn onze huidige interfaces en interacties nu voornamelijk gebaseerd op ‘pictures under glass‘. Toepassingen op onze nieuwste devices bestaan uit plaatjes, die we via aanraakschermen manipuleren met onze vingers – door bijv. afbeeldingen en teksten te swipen, te vergroten of verkleinen met een pinch, of te draaien met duim en wijsvinger. De meest gehypte en als succesvol beschouwde technologische toepassingen bevinden zich dan ook voornamelijk binnen een op pictures-under-glass gebaseerde, mobiele, interactieve context. Denk maar eens aan de economische en emotionele waarde die veel mensen hechten aan Facebook en Instagram.

Zo bezien is het niet verwonderlijk dat voor veel mensen technologische vooruitgang gelijk staat aan de introductie van Apple’s nieuwste apparaat of de nieuwste app in de Android Play Store. Vanuit een macro-innovatie-oogpunt erg teleurstellend, en verre van groots ook. Venture capitalist en technologisch durfondernemer Peter Thiel stelt: 

‘we wilden vliegende auto’s; we kregen 140 characters.’

Naast het gegeven dat de hedendaagse technologische vooruitgang dus nogal teleurstelt (zie voor argumentatie en cijfers het eerder genoemde Economist-artikel), is de impact die al die schermen op ons gedrag hebben voor veel mensen verre van aangenaam. Steeds meer geven we een signifcant deel van onze aandacht aan (toepassingen op) mobile devices. Terwijl we dit doen zijn onze gezichten letterlijk ‘afgeschermd’. Voor aanwezigen in dezelfde ruimte vormen onze laptops, smartphones, tablets en pc’s een muur die willekeurige en reguliere interacties in de wegstaat; voor onszelf verworden de toepassingen binnen die schermen een masker waarachter we onszelf verbergen of selectief beter of anders voordoen. Lees het laatste werk van Howard Rheingold – Net Smart – en Sherry Turkle – Alone Together- maar eens. En ter vermaak misschien ook nog Andrew Keen’s laatste boek.

Gevaarlijke interfaces
Dit brengt me tot mijn eigen gevaarlijke vragen:

  1. Wat als de technologie -straks nog alomtegenwoordiger en zowel im- als explicieter aanwezig- nog meer van onze aandacht opeist?
  2. Wat als de interactieve interface tot onze enige ‘window on the world’ verwordt?
  3. Wat als de interface steeds meer verinnerlijkt – nog meer individueel op ons toespitst? Denk aan profilering en personalisering, al data-genererend en input verkrijgend via onze devices en objecten vol met sensoren die licht, geluid, temperatuur, snelheid, locatie, hartslag, bloedwaarde, urine, etc van ons en onze omgeving meten en opslaan.

Inner- en outerfaces als denkkader
Om bovenstaande vragen te beantwoorden heb ik een kader nodig. Laten we de hierboven geschetste innerlijke interface ‘the innerface’ noemen. En de tegenhanger dopen we ‘the outerface’.

Voor alle duidelijkheid: een interface is de manier waarop de gebruiker met een computersysteem communiceert.

De innerface is de representatie-resultante van een systeem aan de gebruiker, waarbij het systeem in staat is zich zo optimaal mogelijk aan te passen aan een gebruiker. De innerface manifesteert zich middels im- en expliciete interacties tussen een gebruiker en decentraal systeem in een ruimte met digitale, virtuele en/of fysieke objecten in de nabijheid van de gebruiker. Deze interacties en manifestaties zijn voornamelijk relevant en zoveel mogelijk gericht op een enkele, specifieke gebruiker.

Tegelijkertijd met de innerface ontstaat de outerface: de voor derden waarneembare effecten en representatie(s) van die interacties door een specifieke gebruiker met een decentraal systeem – kortweg: andermans innerface. De outerface is een constant fluid, flexible, organic product van waarneembare transities en interacties tussen een specifieke gebruiker en het systeem, zowel in vorm en inhoud van objecten, materialen, kleuren, schermen of andere fysieke elementen in de ruimte.

Scenario’s die passen bij de innerface-toekomst worden overal geschetst. Die toekomst is al lang en breed voorstelbaar, getuige de fragmenten in de Connecting-docu en toekomstfilms van o.a. Microsoft, Nokia en Corning.

Mijn gevaarlijke vragen zijn nu de volgende:

  1. Hoe kunnen we de outerface zodanig beïnvloeden, manipuleren en vormgeven dat er voor een zo relevante mogelijke groep mensen waardevolle contextuele interacties kunnen ontstaan en/of blijven bestaan?
  2. Als we niet de gebruiker als uitgangspunt nemen, maar juist het ecosysteem waarbinnen hij/zij, derden en al hun eventuele innerfaces zich gezamenlijk tot elkaar verhouden, wat levert dat dan op in denken over real experiences?

Nu nog even kijken hoe gevaarlijk het is om in dit scenario liquide journalistiek een rol te geven…

 

 

Mensen met media

Een week kan veel verrassingen hebben. Als je verschillende objecten, technologieën, media, design met elkaar in contact brengt, fysiek en digitaal, wat levert dat dan op?
Daarachter kwam ik deze week, door verschillende ontmoetingen met mensen en plaatsen.

De afgelopen dagen speelde ik met een Arduino-achtig apparaatje, maar dan veel eenvoudiger (naam vergeten, d’oh!), en bestelde de Makey Makey, waarmee je o.a. een piano van bananen kunt maken:

Verder wat geinteracteerd met de Windows Surface-tablet, de LittlePrinter van BERG in het echt gezien, en leuke gesprekken gehad over het ontwerpersvak. Dit allemaal bij Hiro in Utrecht, waar ik sprak met @deanjansen.

Ook had ik afgelopen week voor de tweede keer een afspraak met m’n Mediafonds-masterclass-maatje Erik van Gameren. Hij leidde me rond door het nieuwe NRC Handelsblad-gebouw in hartje Amsterdam, en langs de redactie van nrc.next.

Daar gediscussieerd over de toekomst van journalistiek, o.a. met een bekende journalistiek-studente die er nu stage loopt, en die ondertussen ook nog even met 2 andere mede-studenten een kansrijk concept voor hun idee van de ‘krant van de toekomst’ pitchen en verder uitwerken ihkv de prijsvraag van het Stimuleringsfonds voor de Pers.

Ook in datzelfde gebouw Ward Wijndelts nu eens in levende lijve ontmoet, die de nieuwste iPad-app van NRC even showde, en waar ik en passant de low-tech backend-cms kon aanschouwen. Verder vertelde hij, met een logica die wat mij betreft vooral voor Amerikanen heel vanzelfsprekend is, hoe hij overdags voor NRC werkt, en ’s avonds, na te hebben gegeten met zijn gezin, met zijn team mede-ontwerpers en -programmeurs Brainsley verder uitdenkt met Dhr. Pfauth.

Om de week af te maken, en deze blogpost ook rond te krijgen, legde ik donderdag mijn 4e-jaars User Experience Design-studenten van CMD Utrecht meteen maar de volgende vraag voor:

Wat heb je nodig om te ontwerpen voor systemen die zowel digitale als fysieke elementen hebben? Wat moet je weten, kennen, kunnen als jij het internet of things mede vormgeeft?

Hierover dus even gefilosofeerd, en over wat je nu moet weten om over 7 jaar nog steeds de juiste keuzes te kunnen maken: zelf kennis opdoen of inkopen bij anderen, wanneer zet je je extended professionele netwerk in, en wat heb je nu al aan je mede-studenten hier in deze ruimte, eerst zelf experimenteren met nieuwe modellen, theorieen en software of wachten tot kinderziektes en hypes over zijn?

Zeg ’t maar, wat denk jij?

Ben benieuwd wie ik deze ga ontmoeten, tijdens mijn 1e masterclass Sandberg@Mediafonds, a.s. donderdag…