Lean search design met Spinque Desk

Dashboard hoofdredacteur

Stel, jij krijgt de volgende opdracht van een hoofdredacteur van een landelijke krant:

Ik wil iedere dag zien welke nieuwsonderwerpen we gisteren niet hebben gecovered (en onze concurrentie wel).”

Hoe zou jij dit dan aanpakken?

Ik had bovenstaande zoekvraag zelf al een tijdje in mijn hoofd zitten. En nu ik bij Spinque werk wilde ik weleens weten wat Spinque Desk hierin voor mij zou kunnen betekenen.

Leestijd: 6 minuten

Journalistieke achtergrond

Je kunt je waarschijnlijk wel voorstellen dat een hoofdredacteur van een willekeurig nieuwsmedium zoveel mogelijk wil weten —ook van wat ze niet weet. En in het geval van de specifieke opdracht zoals hier bovenaan staat, wil je als hoofdredacteur waarschijnlijk wel weten wat je niet hebt gedaan t.o.v. andere nieuwsmedia. (Oke, dat je de scoop over de leugen van Halbe Zijlstra hebt gemist —dat wist je waarschijnlijk al wel, maar echt: er zijn zaken waarvan je niet wist dat je ze gemist hebt.)

Het screenshot hieronder toont een fictief dashboard voor een hoofdredacteur. Het deel linksboven is het ‘overzicht van gemiste onderwerpen’:

Afbeelding 1 — een fictieve schets voor het dashboard van de hoofdredacteur

Waarom je iedere dag een dergelijk overzicht wil? Om de uniciteit van de ingezette redactionele koers te checken. Om te kijken of jouw redactie geen belangrijke zaken heeft gemist. En überhaupt om op de hoogte te zijn van wat ‘de anderen’ doen.

En nu we toch bezig zijn: je wilt dan misschien ook graag het omgekeerde weten. En ook over langere of specifieke periodes. En ook niet onbelangrijk: strookt de focus van de eigen publicaties wel met de onderwerpen en insteek waar je leader in bent (of wil zijn)?

Oja, en je wilt deze informatie ook nog koppelen aan je web analytics. Zodat je de volgende drie vragen kunt beantwoorden:

  • Maken we wat we willen (redactionele doelstellingen)?
  • Bereiken we daarmee ons beoogde publiek (targets)?
  • En worden onze producties door hen gewaardeerd (conversie)

Benodigde ingrediënten

En dan bedenk je: de opdracht formuleren en de vragen stellen zijn relatief eenvoudig, maar… wie gaat deze vragen beantwoorden? En wat heb je dan zoal nodig?

Laat ik je helpen door aan te geven wat ik hier de afgelopen tijd over heb geleerd. Je hebt op zijn minst het volgende nodig:

  • Data & content:
    • een dataset met content van de concurrentie, dagelijks aangevuld,
    • een eigen dataset met gepubliceerde content,
    • web analytics.
  • Een informatiespecialist.
  • Een aantal developers die alle benodigde systemen bouwen en aansluiten.
  • Consensus wat betreft:
    • dat wat binnen de organisatie als ‘relevant’ wordt beschouwd,
    • wat ‘uniek’ zijn betekent,
    • wat wel en niet bij de redactionele koers hoort,
    • wanneer iets bevredigend ‘gecovered’ is,
    • waarmee leadership wordt aangetoond.

Lean search design versus watervalmethode

Met Spinque Desk bij de hand had ik eigenlijk niet meer nodig dan een dataset met nieuwsartikelen (die ik “toevallig” nog had liggen) om direct te kunnen beginnen. Als informatiespecialist op dit domein —de Nederlandse journalistiek— had ik natuurlijk wel een idee over relevante resultaten, maar toen versie 1 van mijn zelf ontworpen search engine de eerste artikelen terug gaf, merkte ik dat ik nog even verder na moest denken over wat er nu echt op het dashboard moest komen.

Traditioneel zou een dergelijk ontwikkeltraject er zo uit zien: iemand heeft een vraag, geeft opdracht, er wordt over gediscussieerd, men gaat naar de tekentafel, er komt een briefing voor een developer, daar wordt iemand bij gezocht, er komen de-briefs, nieuwe voorstellen, en dan, eindelijk, kan men de ontwikkelfase in… om er vervolgens achter te komen dat de originele vraag eigenlijk niet de juiste was. Noem het de waterval-methode voor search engine design.

Afbeelding 2 — Bron: When, which … Design Thinking, Lean, Design Sprint, Agile?

Met de lean-methode, die goed bij Spinque Desk past, heb je direct resultaat! Het enige dat je nodig hebt is een vraag/opdracht (een goed idee dus!), een dataset en toegang tot Spinque Desk.


Strategie 1.0

Mijn aanpak voor de initiële vraag was als volgt —noem het mijn pseudo-strategie in drie stappen:

  1. Selecteer alle artikelen gepubliceerd op een bepaalde datum
    Pak alle artikelen die gisteren zijn verschenen in alle landelijke dagbladen.
  2. Toon de belangrijkste gebruikte woorden en woordcombinaties
    Filter uit al die artikelen de meestgebruikte woorden en woordcombinaties (uiteraard m.u.v. veelgebruikte woorden zoals ‘de-het-een-want-omdat’-etc.)
  3. Vergelijk woordenlijstje zij/wij
    Zet die gefilterde resultaten af tegen de woorden uit onze eigen gepubliceerde artikelen, en geef weer welke woorden wij niet hebben gebruikt.

Op het dashboard zou ik dan de bijbehorende artikelen willen tonen, zoals aangegeven in Afbeelding 1 — de dashboard-schets:

Afbeelding 1 — een fictieve schets voor het dashboard van de hoofdredacteur

Wat niet goed bleek te werken bij deze aanpak is, dat je geen artikelen terugkrijgt maar woorden. En die woorden bleken lang niet altijd belangrijke onderwerpen te vertegenwoordigen, laat staan echte ‘nieuwsitems’ te zijn of de kern van een artikel te schetsen. Kortom: deze strategie voldeed niet om de vraag te beantwoorden.


Strategie 2.0

Na overleg met collega’s bij Spinque, gooide ik het over een andere boeg met dit nieuwe inzicht: mijn zoekvraag gaat dus in eerste instantie niet om onderwerp maar om de relevantie van een artikel.

Mijn tweede pseudo-strategie ging daarom zo:

  1. Selecteer alle artikelen gepubliceerd op een bepaalde datum
    Dezelfde stap als bij strategie versie 1.0
  2. Bepaal relevantie
    Bekijk waar de meeste redacties over schreven (zowel de concurrentie als jij). Dit doen we door de content van de artikelen met elkaar te vergelijken. Hierbij is de notie van relevantie dus de mate van populariteit van het onderwerp bij verschillende redacties.
  3. Toon me de ‘have nots’
    Bekijk welke artikelen uit stap 2 overblijven als je de artikelen wegstreept waar wij wel over schreven.

Afbeelding 3 — de werkende strategie (versie 2), ontworpen in de omgeving van Spinque Desk.

Ontwerp links
In bovenstaand scherm zie je de Spinque Desk-omgeving. Aan de linkerkant zie je visueel weergegeven hoe de zoekstrategie is opgebouwd uit blokken. Het blauwe vlak komt overeen met stap 2 uit onze pseudo-strategie: bepaal relevantie. In dat vlak zie je de bouwblokken die bepalen in welke mate de content van de artikelen dienen overeen te komen.

Resultaat rechts
Aan de rechterkant zie je een voorbeeld van het tussenliggende resultaat. Een artikel van Het Parool (PAR) over de volleyballer Richard Schuil naast een vergelijkbaar artikel uit Trouw (TRN). Het uiteindelijke resultaat bevat de meest relevante artikelen waar de eigen redactie niet over heeft geschreven (stap 3 uit de pseudo-strategie). Dit wordt gerealiseerd door de laatste blokken, linkerhelft, onderaan.

Met deze strategie kwam ik een heel eind. Stap 2 —bepaal relevantie— zie ik overigens niet als een search- of design-probleem maar is echt inhoudelijk van aard: wat vinden wij als zoeker/vrager nu relevant (resultaat)? Als dat nog niet is vastgesteld (en dat is relatief vaak het geval) dan kom je er —Spinque Desk bij de hand— met experiment en discussie makkelijk en snel achter. En, goedkoper dan wanneer je een developer zou hebben ingehuurd.

Uiteindelijk blijven er na strategie-versie 2.0 vanzelfsprekend wel nog enkele (kleine) wensen over om de geschetste oplossing mee te verbeteren:

  • de grote invloed van artikelen van lokale en regionale publicaties op resultaten
  • de te grote invloed die publicaties met een meer specialistisch karakter kunnen hebben zoals bijvoorbeeld het Financieele Dagblad, dat voornamelijk vanuit een financieel-economisch perspectief naar nieuws kijkt en ook vooral over dat type onderwerpen publiceert.

TL;DR

Wat ik vooral leerde is dat je met Spinque Desk een gereedschap in handen hebt waardoor je vrijwel meteen kunt beginnen met het ontwerpen en uitproberen van je zoekmachine. Zonder eerst veel uit te hoeven denken, tekenen, bediscussiëren en briefen/debriefen, met een groot team. Door te experimenteren met strategieën en zo continu een werkende zoekmachine te kunnen evalueren, kom je er (snel) achter wat wel en niet werkt om relevante resultaten te krijgen.

En het allerbelangrijkste: het lean search engine design proces helpt om er direct achter te komen wat de vraag achter de vraag is:

Wat is het werkelijke (zoek)probleem dat we willen oplossen?

Ik ben benieuwd wat nu de volgende vraag is van de hoofdredacteur…

Brekend!Beeld – 18 januari 2018

Op donderdagavond 18 januari organiseren Erik van Gameren en ik Brekend!Beeld – een avond over de toekomst van journalistiek en design, in Kapitaal, Utrecht. De volgende negen interessante beeldmakers komen eigen werk en dat van anderen tonen en vertellen over hun ideeën:

  • Jeroen Disch (Grrr)
  • Anne-Marije Vendeville (NRC Handelsblad)
  • Cyanne van den Houten
  • Matthew Adeney (De Persgroep UX)
  • Ted Struwer
  • Noortje van Eekelen & Wilbert van der Heijden (ACED)
  • Bas Jacobs (Underware)
  • Leon de Korte (De Correspondent)

Wanneer: Donderdag 18 januari 2018
Deuren open: 19:00 uur | Start: 19:30
Waar: Kapitaal, Utrecht | Paardenveld (1e verdieping parkeergarage)
Entree: Gratis

Meld je hier aan!

Building Nuse – een visuele research-assistent

Work in progress
Work in progress
Fenne, Jori en Frank bespreken design & development issues…

De afgelopen maanden onderzochten we hoe journalisten hun research doen, en hoe ze dat werk organiseren… We zijn Anne Nienhuis, Fenne Vermeer, Jori van Keulen, Frank Borgonjen en ik, Laurens Vreekamp. We deden dit in het kader van onderzoek voor eenspecial project vanuit het Lectoraat Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek J-lab, (Hogeschool Utrecht), met subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

En nu zijn we, na zo’n 42 creatieve onderzoekssessies met journalisten, een paar mockups, prototypes en een Google Design Sprint later, een boel wijzer… En werken we hard aan onze digitale, visuele research-organizer- & assistent Nuse.

“En dan weet ik niet meer of ik het nou via Dropbox of Drive heb opgeslagen, of dat ik het al ge-maild had…”

Met Nuse creëer je straks zelf een intuïtief overzicht van je (journalistieke) work in progress, maak je je eigen archief doorzoekbaar en werk je makkelijk samen. Digitaal, online.

Presentatie @ Mediapark Jaarcongres, donderdag 23 juni
We presenteren Nuse op het Mediapark Jaarcongres 2016 a.s. donderdag in Hilversum. Leuk als je langskomt.

We hebben versterking nodig…
We zoeken nog een developer (o.a. Angular2) die ons ontwikkelteam kan versterken. Ken je iemand die geschikt is of interesse heeft, laat hem/haar dan contact opnemen met anne.nienhuis@hu.nl.

… en testers!
Jij kunt behoren tot de eerste gebruikers van Nuse! Ben je of ken je meer mensen die ook geïnteresseerd zullen zijn? Meld hier aan: www.nuseapp.nl

De betekenisrevolutie: 3 dingen die je moet weten

De afgelopen tijd vallen me drie dingen op. Wil ik met je delen. En weet dat ik er een beetje met de botte bijl in ga:

  1. TV-kijken in 2015 betekent voor grofweg vier groepen kijkers in Nederland iets verschillends.
  2. ‘De maatschappij’ vraagt steeds vaker om ethische, humanistische handvatten als het gaat om omgang met en invloed van technologie op ‘ons’ huidige leven. Maar wie geeft ze die handvatten?
  3. Hedendaagse advertising mist inhoud en staat los van ‘wat er speelt’ in de samenleving. (En hoe ik dat verkeerd zag).

Boek: Het digitale proletariaat

Digitale proletariaat - coverOm met het tweede punt te beginnen. Er komt deze week een nieuw boek uit, van filosoof Hans Schnitzler: “Het Digitale Proletariaat”. Bij de introductie op zijn site staat het volgende:

In Het digitale proletariaat wordt de ontstaansgeschiedenis van een eigentijdse klasse geschetst. De digitale proletariër is een mens van wie het hele bewustzijn – zijn aandacht, emoties en vriendschappen, zijn ideeën en fantasieën – tot koopwaar is gereduceerd. Schnitzler maakt inzichtelijk dat de mens zowel zijn handelingsbekwaamheid als zijn levenskennis dreigt te verliezen. Totale proletarisering is het resultaat. De bijtende kritiek van de auteur op de digitale cultuur noopt tot bezinning.

Ik ben erg nieuwsgierig naar dit werk, en benieuwd of het tot nieuwe inzichten leidt wat betreft de Nederlandse maatschappij/markt, naast het al bestaande (en meer internationaal georiënteerde) werk hierover van bijv. Evgeny Morozov, Sherry Turkle, Andrew Keen en Nicholas Carr.

Consument = het product. Het product = betekenisloos
Het is een ding om te constateren, te beseffen en te erkennen dat ons hele bewustzijn tot koopwaar is gereduceerd. Maar als je daar de volgende uitspraak bij optelt, wordt ons huidige bestaan als consument, en ons beroep van communicatie-, media- en designspecialist wel erg leeg en dun. Tom Kniesmeijer (reclamemaker) schrijft namelijk het volgende in zijn artikel ‘Naakte vrouwen, is dat nog edgy anno 2015‘ (Adformatie #5, 6 maart 2015):

We hebben de ondergrens bereikt, die van betekenisloze producten, betekenisloze service en betekenisloze merken. En die van de reclamemaker die het ondertussen uitgemergelde lichaam van zijn klanten in een edgy jasje blijft steken.

Ehm… Heavy constatering, toch?!

Betekenisrevolutie
Maar… er gloort wel wat hoop in het artikel, met a) een oproep voor een ‘betekenisrevolutie’ en de vraag wie de volgende Benetton-campagne gaat maken; en b) met voorbeelden van nu (Triodos, RotterZwam en Doctors Orders) die de goede richting op gaan, volgens de schrijver. Zijn visie hierbij:

Communicatie zegt iets over de verhouding die je als merk hebt met de samenleving. Hoe je daarin staat. Over je ethiek van werken. Vanuit die gedachtestroom kan iets ontstaan dat, ver doorgevoerd, grenzen doorbreekt. Dat voelt dan niet als ‘lekker stout’ maar als noodzakelijk. Ergens zijn we blijkbaar die intrinsieke noodzaak verloren.

 

#immrs live caffee – hoe het publiek activistisch wordt
Zelf heb ik toch een paar aanwijzingen gevonden om een  positieve verandering te vermoeden. Tijdens een live event dat ik met #immrs op zondag 8 maart organiseerde kwamen een privacy-journaliste en crisiscommunicatie-onderzoeker aan het woord en gingen in gesprek met lezers aldaar.

Mijn samenvatting na de twee gesprekken met hen en het aanwezige publiek:
een falende, slecht communicerende en ondermaats dienstverlenende overheid enerzijds en gemakszuchtige corporate culturen die burgerbelangen als sta-in-de-wegs zien. Niks nieuws onder de zon, toch?! Maar wel heel toepasbaar op actuele problematieken die tijdens het live caffee werden behandeld: hacking en de overheid, aardbevingen in Groningen.

Wat misschien ook niet nieuw is -maar wel hoopgevend- is dat de journalist en de expert tegelijkertijd een steeds activistischer houding bij het publiek ontmoeten, zo bleek -uiteraard- al tijdens het live caffee, maar ook tijdens hun dagelijks werk, vertelden ze me achteraf. Niet alleen de getroffenen – ook andere mensen zeggen *iets* te willen doen. En die can-do mentaliteit in combinatie met moderne middelen, die is wellicht wel nieuw…

Afplakken = kwaliteit vragen
Wat dat iets is, wat het publiek zegt te willen doen , is niet wat ik in eerste instantie dacht. Dat was namelijk dat we terugkeren naar een soort ouderwets moralisme, en alle verworvenheden uit de jaren ’60 en ’70 laten wegglippen. Zoals het afplakken van posters met naakte vrouwen getuigt. Maar Kniesmeijer (van dat Adformtie-artikel) vertelde me dat ik dat anders moet zien:

Het is goed wanneer reclamemakers grenzen opzoeken. Aan de rafelranden van de maatschappij groeien de mooiste bloemen. Alleen… heb er dan wel een gegronde reden voor. Eentje die verder gaat dan ‘we wilden edgy voor de dag komen’.

En daarom juich ik nu zelfs het afplakken toe, van tepels van SuitSupply-zeemeerminnen op abri’s in Amsterdam-West. Ik zie het als een roep om kwaliteit in plaats van censuur.

De alledaagse afleiding
Brengt ons bij het laatste punt: waar gaan we heen voor afleiding van (betwistbare) kwaliteit? Grofweg het grootste deel (78%) van de Nederlanders zit nog op vaste tijden een groot aantal uren per dag voor zijn flatscreen, naar de NPO of commercielen te kijken.

Enzo Knol

Een jonger deel, (4% van totale NL’se bevolking in 2013), zeg in de leeftijd van 11 – 18 jaar,  kijkt naar een nieuwe generatie Youtube-helden als Enzo Knol en Mertabi. Ouders en ouderen (21+ en hoger) begrijpen vaak niks van de waarde van deze content, maar we zouden letterlijk beter moeten kijken naar deze video’s.

Zo vertelden twee studenten Content Design van CMD Utrecht tijdens hun presentatie ‘Identiteit in de Youtube-era’: Naast commercieel interessant, zijn het vooral de persoonlijkheden, de onderwerpen en de bijbehorende cultuur die impact zullen hebben op onze maatschappij.

En als laatste is er nog een klein deel van de Nederlanders (7%) dat uitgesteld kijkt, streaming en on demand. Studenten via Popcorntime en uitzendinggemist, en yuppen via NetFlix. Binge-watching, anytime, anydevice, complexe content.

Cijfers: 'Mediatijd in beeld' SCP, p.42

Handvatten voor betekenis: nu!
Mede dankzij het web en mobiele technologie, dat ooit een democratiserende werking werd toebedeeld door vele early technologists en progressieve politici, wordt nu ons gedrag verkocht om ons een gedrag te verkopen. In silo’s, netjes gescheiden van elkaar leven we in keiharde groepen langs elkaar heen. En we komen elkaars verhalen en culturele betekenissen niet tegen, en als dat al gebeurt, begrijpen we ze nauwelijks. Zit je dan, met je ‘samen’leving!

Dus: wie geeft ons de handvatten om van ons leven geen product te maken, en van onze producten geen holle concepten, maar kwaliteit op beide vlakken?  Of gaan jij en ik die zelf maken en brengen?

 

 

 

4 soorten werk voor designers

“Ik hoorde in Austin tot mijn verbazing eigenlijk vrij weinig nieuwe dingen.”

Aldus een oud-student die Communication & Media Design (CMD) studeerde in Utrecht, die binnen 9 maanden na haar afstuderen werkt bij TamTam – een full service digital agency, en op bezoek was op SXSW Interactive in Austin, Texas.

Dit verhaal gaat over wat bureau’s nu willen en doen. Over waar designstudenten zitten (of zouden moeten zitten), wat ze willen en kunnen of niet, en: wat jij van een design-opleiding mag verwachten. Ik heb er wel ideeën over, maar wat zijn de jouwe?

Gedeeld idee over de toekomst van CMD-werk
De afgelopen weken bezocht ik namelijk veel verschillende bedrijven en bureau’s waar  CMD’ers werken, afstuderen, zouden kunnen werken of misschien wel horen te werken. En toen bedacht ik me, ook na presentaties van eerste- en derdejaars studenten afgelopen week: hebben ‘we’ eigenlijk allemaal wel een gedeeld idee bij/voor welk bedrijf/opdrachtgevers onze studenten moeten gaan werken – bureauzijde, businesskant, startup of als zzp’er. Oproep: noem me maar eens wat bedrijfsnamen.

In de opbouw van dit stuk ga ik het hebben over CMD-werk bij:

  1. bureau’s,
  2. business-owners,
  3. start-ups en
  4. als zzp’er

1. BUREAU’S
Bij mijn kennismakingsbezoek aan een serious gamesbureau in Rotterdam, kreeg ik van de bedrijfsbegeleider te horen dat wij CMD-afstudeerders geen quasi-academisch onderzoek moeten laten doen, maar praktische toepassingen moeten laten ontwikkelen. De afstudeerder in kwestie is bezig om patronen en principes op te stellen voor game designers die data willen visualiseren om spelers:

  • te motiveren,
  • op de hoogte te stellen van hun voortgang en
  • inzicht te bieden in hun gedrag.

Dit varieert van toepassingen voor de metaalindustrie, trainingsprogramma’s voor specialisten tot het inwerken van nieuwe werknemers. Tot nu toe vinden designers bij Ranj per nieuw project -grofgezegd- steeds opnieuw het wiel uit, terwijl er legio best practices zijn – zowel binnen het bureau als in het seriousgame-domein. Uitkomst van het afstudeerproject zal een dynamische waaier/kaartset zijn, digitaal en fysiek, die hierin tegemoetkomt. Typische CMD-klus?

2. BUSINESSOWNERS
Omroepen?
Een plek waar ik een oud-CMD’er tegenkwam was bij BNNVara, waar een van onze meest getalenteerde studenten nu zelf een creatief, medium-onafhankelijk team mag samenstellen. De afdeling ‘Interactief’ staat daar overigens los van de afdeling ‘Design’! Die ruimte voor medium-onafhankelijk denken miste ik juist bij KRONCRV.  Maar gelukkig bemerkte ik wel grote behoefte aan CMD’ers toen ik daar in gesprek was over de nieuwe journalistieke portal ‘InCntxt‘ die straks NPO Journalistiek gaat heten.

De Belastingdienst?
Een van de cases bij het vak Media Analyse voor Content-specialisatie-studenten gaat over de digitalisering bij de Belastingdienst. Studenten denken na over welke dilemma’s hier een rol spelen en wat hun rol zou zijn wanneer zij daar in dienst zouden zijn.

Wat technologie voor onze studenten eigenlijk betekent
Tijdens gesprekken over hun ontwikkeling wat betreft het analyseren van het huidige medialandschap, vertelde meerdere derdejaars dat ze technologie enerzijds meer zijn gaan omarmen (als professional) en anderzijds als persoon met een verminderde vanzelfsprekendheid kijken naar, en omgaan met diezelfde technologie. Zoals een studente het ongeveer verwoordde:

“Ik ben erachter gekomen dat de manier waarop technologie nu gebruikt wordt, ons heel veel vertelt over waar behoefte aan is in onze samenleving.”

En met dat inzicht zag ze weer praktische toepassingen tijdens haar werk als CMD’er. Rolf Coppens van interactief ontwerpbureau Grrr waarschuwt dan ook dat beginnend designers niet die luxe hebben om te kunnen ‘uitzoomen’ in de praktijk. Zijn designers zijn 80% van hun tijd ‘gewoon aan het ontwerpen’ en gemiddeld minder dan 20% bezig met onderzoek, customer journey’s  en persona’s. Moeten dan die media & technologie niet bekeken worden, maar vooral gebruikt?

3. STARTUPS
De journalistieke tuin in
Na mijn bezoek aan Ranj ging ik langs bij A-Lab in Amsterdam, waar De Correspondent is gevestigd. Ik was gevraagd mee te denken over innovatie en interactie op hun platform. Ze gebruiken er een metafoor van ‘de tuin’, waarin een correspondent werkt, en waaruit de redactie artikelen ‘plukt’. Daarnaast heeft De Correspondent zich altijd neergezet als ‘het medicijn tegen de waan van de dag.’ Combineer die tuin en dat medicijn eens, stelde ik voor, en kijk eens hoever je kunt gaan in de vertaling daarvan voor toepassingen op het platform , zowel in vorm als inhoud.

Ik kwam er niet helemaal uit daar. Waarom?

Groot gemis
De verantwoordelijke voor het onderzoek naar mogelijke innovaties bij De Correspondent, is een student Journalistiek van onze faculteit. En het is goed dat een journalist juist met die vernieuwing bezig is. Maar ik vind dat daar (op z’n minst ook) een CMD’er moet zitten. Mijn grootste gemis is dat het ontbreekt aan creatieve vormen voor de verschillende artikelen. Harald Dunnink (ontwerper van Momkai) beloofde in de opstartpromo (v.a. 3:00) ooit dat verhalen gemaakt zouden worden vanuit een samenwerking van schrijver, ontwerper en programmeur. Wat we kregen zijn weliswaar interessante artikelen, maar altijd erg traditioneel: (lange stukken) tekst met illustratie en af en toe een video.

Mijn 60 euro heb ik betaald om niet zozeer het initiatief an sich te steunen, maar omdat ik er van overtuigd was dat De Correspondent zou experimenteren met nieuwe vormen. Dat zij de sneeuwbal zouden laten rollen; dat dit de Firestorm, de Snowfall van Nederland zou opleveren. Nog niet eens per se bij henzelf, maar in ieder geval om de competitie op scherp te zetten en uit te dagen.

Meet the innovators
En misschien is dat laatste wel een beetje gelukt, merkte ik op tijdens het congres Meet the innovators: een speciaal georganiseerde middag voor journalistieke innovaties op 27 maart, waar bijv. een nieuw startup-project binnen TMG werd aangekondigd en waar Peter Vandermeersch (NRC) vertelde over hun online-experimenten met hun zogenaamde Berry’s – vernoemd naar de Berry van Aerle special.

Overigens schijnen de projecten als Snowfall (New York Times) en Firestorm (The Guardian) niet bijster veel lezers/ kijkers gehad te hebben, maar die doelstelling vind ik minder van belang als het gaat om inspiratie voor storytelling, contentcreatie en inzet van nieuwe technieken. Want de journalistieke wereld heeft er wel degelijk naar gekeken!
En ik zelf ook: ik werk naast mijn CMD-lespraktijk aan een eigen startup genaamd ‘immrs‘, een rustige tabletreader voor persoonlijke vragen bij het nieuws’.

En misschien wil Rob Wijnberg – in lijn met het tegen de waan van de dag ingaan – ook niet teveel meedoen met allerlei vorm-experimenten. Maar feit blijft wel dat dit project uniek is door zijn gecrowdfundete start en het gegeven dat er volledig digitaal gepubliceerd wordt. Ofwel: ruimte genoeg daar voor meer CMD’ers!

4. ZZP’ERS
Creatief platform
Als laatste mogelijke soort werk(plek) voor een CMD’er vind ik de nieuwe ontwikkeling bij het Utrechtste Buro O interessant. Waar overigens een CMD’er aan het afstuderen is, en een ander een bijbaan heeft. Buro O (gevestigd aan de kop van de A’damse Straatweg) werkt aan een transformatie om zichzelf neer te zetten als netwerk-organisatie:

“Voor een derde metamorfose wil zij zich neerzetten als ‘creatief platform’. O heeft de visie dat het bureau van de toekomst een open bureau moet zijn, waar veel verschillende creatieve disciplines samenkomen en waar op een interactieve manier wordt samengewerkt. Het bureau werkt samen met veel verschillende gespecialiseerde partners en freelancers. Van copywriters, tot webdesigners en social-media specialisten. De kwaliteit van dit netwerk bepaalt grotendeels de kwaliteit van het werk dat door O wordt gemaakt.”

Is dit de toekomst voor designers – gaan ze hier werken als zelfstandige, of worden ze daar in dienst genomen?

NO MATTER WHERE
Wat ik als uitgangspunt voor designstudenten pas echt belangrijk vind, ontdekte ik afgelopen week bij onze huidige eerstejaars ‘interactive’. Zij presenteerden hun met gebruikers geteste prototypes voor educatieve apps. Er valt op elk onderdeel van het ontwerp en hun presentatie wel iets aan te merken, maar niet op het volgende:

  1. design reviews: dat ze hebben ervaren wat het je oplevert om onaffe ideeën, schetsen en mockups voor te leggen aan elkaar,
  2. user testing: het nog belangrijkere besef dat wanneer je met gebruikers praat en ze jouw ontwerpen voorlegt, dat dat superspannend en pittig is, dat dat regelen best een opgave is, maar dat je daarna wel veel beter weet waarom en wat er aan je ontwerp wel of niet gaat werken.
  3. leren begrijpen van mensen: misschien wel het allerbelangrijkste besef als eerstejaars-student is, zo hoorde ik: er is eigenlijk niemand die mij en mijn ideeën precies begrijpt. En dat heb ik pas begrepen doordat ik anderen, die niet zo zijn als ik, heb leren begrijpen.

Denk je dat deze eerstejaars over 4 jaar ook naar Texas gaan, en dan ook zeggen dat ze niks nieuws horen? En hebben wij daar dan als designopleiding met onze cursussen voor gezorgd? En hebben wij ze dan opgeleid voor:

  • een baan, of voor
  • een soort bedrijf, of voor
  • een manier van denken en werken?
  • Of iets anders?

Amazon Dash
Probeer die laatste vraag maar eens te beantwoorden aan de hand van de totstandkoming van dit nieuwe, interessante apparaat van Amazon – de Dash:
http://www.wired.com/2014/04/amazon-dash/

Amazon Dash

Speelfilm ‘Her’ toont Empathy Operating System

Dit verhaal gaat over het hebben van een relatie met iemand zonder lichaam. Over filmische interacties. En over waarom Spike Jonze’s nieuwste speelfilm ‘Her‘ ons een technologische toekomst voorschotelt die wellicht niet ver van het heden verwijderd is, maar – zoals altijd bij toekomstvisies- meer zegt over de verlangens en behoeften van het nu. En tegelijkertijd ook een tijdloos verhaal is. En het gaat juist helemaal niet over kunstmatig intelligente (AI) technologie.

[youtube_sc url=”http://youtu.be/WzV6mXIOVl4″]

Verwarrend allemaal? Wellicht, maar niet als je de makers volgt:

After poring over the work of Ray Kurzweil and other futurists trying to figure out how, exactly, his artificially intelligent female lead should operate, Jonze arrived at a critical insight: Her, he realised, isn’t a movie about technology. It’s a movie about people. With that, the film took shape. Sure, it takes place in the future, but what it’s really concerned with are human relationships, as fragile and complicated as they’ve been from the start.

 

Bron: http://www.wired.co.uk/news/archive/2014-01/14/her-ui-design 

Tijdloos dus. Maar ook een aanklacht tegen het mobiele afschermen van nu. Gevisualiseerd met de stijl van de hipster met de Canon4D-scherpte/diepte-shakycamera-instagramfilteresque-prismaflare-trucendoos. Een aanklacht tegen het technotopische geloof uit Silicon Valley?

Production designer KK Barrett vertelt over de visie op technologie in de ‘slight future’:

“We decided that the movie wasn’t about technology, or if it was, that the technology should be invisible,” he says. “And not invisible like a piece of glass.” Technology hasn’t disappeared, in other words. It’s dissolved into everyday life.

 

 

 

 

 

 

 

Relatie met je gebruiker – maar dan letterlijk

Als ontwerpers, zeker als het om user experience en interactie gaat, gaan we uit van de gebruiker. ‘Her’ zet deze relatie op zijn kop en geeft er een nieuwe dimensie aan:

Assuming the technology for AI was there, how would it operate? What would the relationship with its “user” be like?

In ieder geval een relatie gebaseerd op voice-commando’s. Vooral vanuit filmisch perspectief begrijpelijk, maar ook interessant voor interactie-ontwerpers:

Again, voice control had benefits simply on the level of moviemaking. A conversation between Theo and Sam, his artificially intelligent OS, is obviously easier for the audience to follow than anything involving taps, gestures, swipes or screens. But the voice-based UI was also a perfect fit for a film trying to explore what a less intrusive, less demanding variety of technology might look like.

En deze laatste opmerking van Barrett vind ik een wel heel erg geruststellende en sterke:

The future is much simpler than you think.

Dus zo willen wij de toekomst op dit moment dus! Dan weet je dat.

wat denkt 2012 er zelf van

Op de achtergrond staat de Song van het Jaar-mix 2011 van Sandeman op. Mijn browserhistorie geeft aan dat ik wat muziek- en filmlijstjes van het jaar heb gecheckt. In mijn hoofd probeer ik te inventariseren welke boeken ik eigenlijk nog wil lezen, en in mijn ooghoek zie ik een stapel met kranten en artikelen die ik ook nog door wil spitten.

2012 – wat wel, wat niet?
En dan hoor je ook nog nieuwe plannen te hebben voor 2012! Dan maar eens bedenken wat ik NIET wil….
Heb ik dan geen spannende plannen die kunnen mislopen, of belangrijke zaken te verliezen? Natuurlijk wel, maar die heeft iedereen. Succes in de liefde, sport, werk en een goeie vrijetijdsbesteding, daar is niemand zomaar tegen.

Misschien slaat dat NIET willen wel nergens op. Is het niet gewoon veel makkelijker om te bedenken wat je WEL wil…?! Bijvoorbeeld vorig jaar voorspelde ik hier dat James Blake in 2011 groot zou gaan worden. Da’s wel een waarheid geworden lijkt me. Wie de muzikale ontdekking van 2012 wordt, durf ik niet met zo’n zekerheid te zeggen. Lianne la Havas misschien? En voor 2011 was mijn voornemen om eens muzikaal op te treden voor publiek. Het werd een duo-dj-set voor een select publiek, waar ik niet van durf te beweren dat het een succes is geworden. Dit jaar? Nog maar eens proberen.

Wat ik niet wil: voorspellen wat er in 2012 allemaal gaat gebeuren. Ieder jaar vraag ik me aan het begin ervan af, wat er zal gebeuren de komende 12 maanden; wat gaat het nieuwsjaaroverzicht gaat halen. En wat haalt mijn persoonlijke overzicht? 2011 was voornamelijk een erg goed jaar. Benieuwd of 2012 dat kan toppen…

Doorbouwen
Dit jaar als voornemen om verder uit te bouwen wat ik eerder begonnen ben: op m’n werk een aantal projecten (specialisatie UXD, onderwijskunde, samenwerkingen met journalisten) en met de Cine*baars naast de filmavonden ook de radio-afleveringen uitbouwen en dan hier, op dit blog echt eens werken aan het van de grond krijgen van een waar Nederlands Audio Platform.

I’ll keep you posted.

En ondertussen blijf ik een groot vertrouwen hebben in 2012, voor datgene wat de muzikale vernieuwers van Viral Radio ons brengen:

divide of the devices

Nu tablets en smartphones terrein winnen t.o.v. laptops en desktops, durf ik te voorspellen dat over een kleine 10 jaar de kennis en kunde van professionals niet meer ter discussie zal staan a la 2007. Toen de amateur de professional zou vervangen. En Andrew Keen met z’n flutboek nog voor wat golven zorgde.

De nieuwe tech-bubble helpt mee – sure, alles is sneller, goedkoper en de cloud brengt de voorwaarden. En overal zijn single issue apps voor (denk aan instagram, soundcloud, checkthis).

De professional/producer heeft professionele apparaten en devices, en de consument/amateur heeft de consumptie-devices, als tablets en smartphones?

Dus…
Kan de pro wel zonder desktop en/of laptop, zonder muis, toetsenbord en/of joystick?
Discussieer eens mee op http://checkthis.com/41i Ben benieuw naar je reactie

 

 

van ether-radio naar web-audio

Dit verhaal vertelt hoe ik als interactief geschoolde jongen bij een oud medium terecht kwam, en wat ik daar leerde en meemaakte. En hoe ik nu, zonder ether en studio, toch verder kan gaan…

Mijn vertrek bij Radio1
Via Twitter en Facebook heb ik het al aangekondigd: ik stop met mijn (regisseurs)werk voor het Radio1-programma Nacht van het Goede Leven (KRO). Mede door formele redenen en prive-afwegingen maak ik een einde aan bijna 4 jaar lang ’s nacht uitzenden vanuit Hilversum. Ik ga het zeker missen, maar ik kan me nu ook focussen op de toekomst van audio. Bijvoorbeeld door Adeline van Lier alle nieuwe mogelijkheden van het web, software en smartphone te tonen. Zodat zij kan experimenteren met ideeen en daar inhoudelijk invulling aan kan geven. Want, zo heb ik wel gezien en geleerd: radiomakers zijn de meest inventieve, creatieve en pragmatische van alle soorten mediamakers.

Kracht van live
En om de kracht van radio te laten horen, en om toch ook even stil te staan bij mijn afscheid, vroeg presentatrice Adeline van Lier mij om een heel uur te vullen met muziek, fragmenten, anekdotes – maakte niet uit wat. Het is feitelijk een kaleidoscopische samenvatting geworden van wat radio voor mij betekent, en hoe dat in de afgelopen jaren tot uiting kwam in de Nacht van het Goede Leven. Beluister hier het resultaat vol fragmenten, gasten en muziek:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Kracht van de nacht
Er komt in het uur vooral naar voren wat live-radio zo bijzonder maakt. En wat de nacht aan sfeer en intimiteit biedt, en wat zo’n oud medium nog voor waarde heeft.

Kracht van digitaal, interactief, sociaal
Via Spotify heb ik voor de uitzending de playlist van te draaien muziek aangemaakt en gedeeld op Facebook. Spotify als naslagwerk, Facebook als platform om publiek te teasen met inhoud (muziek). Via Twitter stelde ik mijn volgers op de hoogte van mijn laatste uitzending en deelde ik een foto van de studio. Op Adeline’s blog plaatste zij een fragment van een mooi gesprek met een luisteraar in de Nacht. En nu na een paar dagen luister ik via Last.fm naar mijn persoonlijke radiostation, dat weer (mede-) gevoed is door Spotify, HypeMachine en mp3’s luisteren vanaf de pc.

Kracht van de mix
Zoals je hierboven al leest kun je om een liveradio-uitzending heen van alles doen met het web. Meerdere tools inzetten voor verzamelen van muziek (Last.fm, Spotify), teasen & distribueren van inhoud (Facebook, Twitter), uniek materiaal delen via je eigen blog (www.adelinevanlier.nl) en luisteraars/fans/volgers zelf verder op weg helpen naar meer moois, bijv. via zo’n Last.fm personal station (even inloggen!)  HypeMachine en tweets met muziektips. En via Audioboo neem ik geluiden en gesprekken op.

Kracht van de discipline
Nu zeg ik: alles is aanwezig om een publiek te bedienen, en hopelijk ook te boeien, met auditief materiaal. Nu alleen nog doen en volhouden.

Wil jij me laten weten of je hier in geïnteresseerd bent? Blijf je luisteren en me bijv. volgen via diverse kanalen? En hoe hou je het overzicht? Ben benieuwd naar je reactie.

Check hier alle kanalen die ik aan elkaar knoop, door elkaar heen gebruik, en waarmee we elkaar kunnen bereiken:
Adelinevanlier.nl – eigenzinnige parels & archief
Audioboo – geluid, interviews
HypeMachine – nieuwe muziek
Facebook – ideeen voor items
Last.fm – meer van onze smaak
Spotify – muziek overal on-demand
Twitter – teasers, updates en vragen