onscreen content

Scherm mensBewegend beeld is essentieel voor een mens uit de 21e eeuw. Als het aan content- en mediamakers ligt in ieder geval wel. Onscreen content (om ermaar een zelfbedachte term tegenaan te gooien) viert hoogtij.

Als je alle technische mogelijkheden en initiatieven voor onscreen content bekijkt, dan kun je met gemak het volgende beweren: het is niet belangrijk hoe het screen eruitziet, waar het zich bevindt en wie de beelden voor dat screen maakt/aanlevert.

En laat er nu net aan het einde van 2007 een hoop staan te gebeuren op film-, video- en televisie-gebied…

Maken van onscreen-content
Het maken van bewegende beelden kan tegenwoordig iedereen, overal. Met cameratelefoons leggen toevallige omstanders allerlei ongelukken en andere, bijzondere, nieuwswaardige momenten vast. Het materiaal is vaak slecht van kwaliteit, maar binnen de context van het nieuws geeft het een exclusieve kijk op het voorval. Denk aan BBC’s verslaggeving van de aanslagen in Londen. En alhoewel de mogelijkheden voor het vastleggen van content nu zijn uitgebreid, de productie en bewerking van content is nog altijd een vak apart. *Ouderwetse* professionals zijn nog steeds hard nodig.

Omgeving voor onscreen-content
Ook het kijken naar bewegende beelden kan nu overal. Naast televisie en bioscoop voor de ontsluiting van onscreen-content, bevinden de schermen zich overal om ons heen, de monitor van je pc, schermen in trams, supermarkten, maar ook op de iPod en de mobiele telefoon. Ook hier weer een uitbreiding van mogelijkheden, geen vervanging.

Ontvangen van onscreen-content
Niet alleen via traditionele broadcasters komen we aan onscreen content, ook via themakanalen, upc-decoders, kpn-boxen, digitale videorecorders, video-websites en p2p-programma’s kiezen we onze portie bewegend beeld uit.

Tijd voor onscreen content

Een dag blijft 24 uur hebben, en we kunnen onze aandacht maar aan een bepaald aantal dingen schenken. Feit is dat de nieuwe schermen die aandacht willen hebben (en ook steeds meer krijgen). Tijd die dus wordt afgesnoept van andere (langer bestaande/traditionele) mediakanalen. Maar mediabedrijven die het slim aanpakken hoeven niet bang te zijn, zo ontdekte CBS….

Ill wordt legaal
Met het downloadprogramma BitTorrent werd het delen van onscreen-content via internet (p2p) steeds sneller en eenvoudiger. Lastige bijkomstigheid: de gedeelde bestanden zouden illegaal zijn, en dus waren de content-partijen not amused. Maar in plaats van de makers en/of het netwerk aan te pakken, hebben de content-maatschappijen juist een deal gesloten met Bram Cohen, geestelijk vader van BitTorrent. Op deze manier wordt zijn programma nu ook op een legale manier voor distributie gebruikt. En met de aankoop van microTorrent, kan de techniek van BitTorrent ook geschikt gemaakt worden voor mobiele apparaten.

Verdienen aan onscreen-content
Geld verdienen met bewegende beelden doen eigenlijk alleen de echt grote spelers. Relatief jonge, maar mega-succesvolle sites (succesvol qua bezoekcijfers, niet qua opbrengst) als YouTube en Myspace bevinden zich juridisch op glad ijs en staan op het punt *gesued* te worden door film- en tvmaatschappijen. Toch is er ook een attitude die te kennen geeft dat er niet in blinde woede wordt gereageerd op de video-sites. De eigenaren van YouTube en Myspace (resp. Google en NewsCorp) proberen dan ook via gedeelde-winst afspraken de content-partijen tegemoet te komen. Of dit in de praktijk (financieel/economisch) goed uitpakt is nog onduidelijk.

Winst voor de kijker EN media-bedrijven
Maar zoals eerder bij de muziekindustrie het geval was, zien de traditionele mediabedrijven naast bedreigingen ook mogelijkheden. Zo zijn kijkcijfers niet alleen meer iets van televisie. De nieuwe schermen (lees: distributiekanalen) kunnen op meerdere manieren een uitbreiding van kijkcijfers betekenen. Enerzijds is iedereen die op een andere plek dezelfde onscreen content bekijkt een aanwinst voor de kijkcijfers. Het Amerikaanse tv-station CBS zegt zelfs dat hun tv-programma’s op YouTube op hun beurt weer zorgen voor meer kijkers op televisie. Lijkt me een positieve ontwikkeling.

En het is ook juist deze manier van denken, die zou kunnen leiden tot een oldschool-industrie versie van, en concurrent voor YouTube

werelden


Upload via Flickr: ajs_.

“Hoe kunnen wij in hemelsnaam weten dat de aarde om en nabij de 4550 miljoen jaar oud is?” Als jij dit soort vragen ook hebt, dan heb ik HET antwoord voor je.

1e wereld
Voor mijn verjaardag kreeg ik “A Short History of Nearly Everything” van Bill Bryson.Iedereen die mij dit boek niet eerder aangeraden heeft, moet zich schamen. In het boek staat namelijk (bijna) ALLES over hoe de wetenschap -en ook wij- weten wat we weten. In begrijpelijke taal geschreven, in een vorm die af en toe zelfs spannend te noemen is. Verplichte kost voor iedereen, als ik het moest zeggen!

2e wereld
Toeval of niet, maar sinds kort ben ik -geheel in sync met de hype- een inwoner van Second Life. Veel tijd heb ik er nog niet doorgebracht, en dat komt door 3 redenen:

  1. De interface en navigatie zijn niet dusdanig uitnodigend dat ik het hele spel deze nieuwe wereld meteen wil verkennen
  2. Ik heb werkelijk geen idee WAT ik in SL wil of WAAROM ik in deze wereld wil zijn, anders dan er zijn omdat dat gaaf is, *ofzo*… (Misschien biedt dit fictieve scenario van VPRO’s “De Toekomst” antwoorden)
  3. Wanneer ik SL start, bevriest mijn computer al vrij snel nadat ik ben begonnen met bewegen. Een restart is het enige wat dan nog helpt. Wel vreemd, dat ik met een 2.8 GHZ processor en 1GB RAM onvoldoende vermogen lijk te hebben voor SL.

3e wereld
Dus: onze aarde begeeft zich in het heelal. Wij begeven ons fysiek op aarde en virtueel in Second Life. En atomen dan? Die begeven zich in ons, toch? Om dat te onderzoeken heeft het CERN (ook thuisbasis v.d. uitvinding v.h. WWW) nu een big-ass machine (paar kilometer lang!) gebouwd die atomen en deeltjes ervan onderzoekt. Deze deeltjes-versneller is de duurste onderzoeks-omgeving die mensen ooit gebouwd hebben. En zoals Bill Bryson al interessant opmerkte: om de kleinste wereld te onderzoeken, hebben we blijkbaar de grootste machine nodig.